Vraag een kind: ‘Wat wil je later worden?’, en het antwoord levert geen probleem op. Jongens reageren door spannende beroepen als brandweerman, politieman of astronaut op te lepelen. Meisjes dromen meestal van een toekomst als: lerares, verpleegster of prinses. Ik behoorde tot de laatste categorie. Prinses leek me eindeloos!

Om mijn droom een beetje waar te maken naaide mijn moeder voor mij en mijn zus (die ook helemaal opging in mijn fantasie) een prinsessenjurk. Het gewaad had pofmouwen, gesmokt lijfje, een wijde lange rok afgezet met kant. O, wat waren we gelukkig! Elke avond trokken we onze jurkjes aan en om nog meer op een prinses te lijken staken we onze haren op. Klaar voor een bal dansten we door de huiskamer, in onze armen een denkbeeldige prins waarvan het witte paard buiten stond te wachten.

Tot op een avond mijn zus plotsklaps besloot dat ze een andere carrière ambieerde. Ze werd balletdanseres! Om haar wens kracht bij te zetten draaide ze meteen een rondje… nog een rondje… tientallen rondjes… Wat deed ze dat goed! Armen sierlijk boven haar hoofd, tenen dribbelend op de grond. Ze raakte zo in trance dat ze in navolging van echte ballerina’s ook nog met haar benen ging gooien.

Dat was géén succes! Haar benen gingen wel de lucht in, meerdere malen zelfs. Het was meer de combinatie die ontstond, draaien en elegant schoppen. ‘Kijk net zoals in het zwanenmeer,’ riep ze nog vlak voor haar voet – KRAK! – niet alleen de nieuwe marmeren salontafel van mijn ouders in diggelen trapte maar ook haar droom. ‘Zo, ballerina worden kun je wel vergeten,’sprak mijn vader, ‘Je hebt totáál geen evenwichtsgevoel!’

Mijn zus is inderdaad geen ballerina geworden, ik geen prinses. En nu, jaren later - en wijzer – zou ik het ook niet willen. Het leek zo mooi, een onbezorgd leven met een elegante prins aan mijn zijde. De gouden kooi ontging me volledig. Tja, kinderdromen… ze zijn leuk om op terug te kijken maar om te beleven… Echt niet!


© Sophie Dijkgraaff
Foto via Pexels.com