Welcome to Sophie Dijkgraaff   Click to listen highlighted text! Welcome to Sophie Dijkgraaff Powered By GSpeech

De tere roze bloemen van de sierkers hebben sinds enkele dagen hun bladeren geopend. Vanuit mijn zitplaats kan ik de schoonheid van enkele takken zien door het geopende keukenraam. En ruiken. Een zoete geur die bij het voorjaar hoort, verdringt de bedompte lucht die al maanden door ons huis waart. Mocht ik me buitenshuis begeven dan zou ik zien hoe de straat langs ons huis wordt opgefleurd door minstens tien van dit soort bomen. Maar ik kom zelden buiten. Enkel om me te verplaatsen van mijn keukenkruk naar de stoel of sofa van de buren. Ze zijn lief, de buren. Haast net zo lief als de dame bij wie ik mijn intrek heb genomen. Helaas denken andere mensen hier anders over. Zij vinden mijn verhuurster een malle oude heks.

Dat hoorde ik gisteren toen ik even op visite was. Omdat het tegen etenstijd liep waren beiden in de keuken het avondmaal aan het bereiden.
‘Zeg, die oude vrouw hiernaast... zie jij die weleens?’ Door een kier van de woonkamerdeur zag ik hoe de buurman een kurkentrekker in een wijnkurk plaatste. Rode wijn zou vanavond het eten begeleiden. De buurvrouw prikte in de aardappelen die zich in het hete water lieten garen. Ze moesten nog even.
‘Nee, ik hoorde wel dat ze een tikje van het pad af is. Ze noemen haar, een malle oude heks.’
Ik had genoeg gehoord en begaf me zonder gedag te zeggen met gezwinde spoed naar het malle mens. Bij het betreden van het portaal rolde een onaangename geur vanuit de boven slaapkamer over de trap naar beneden. Een odeur van beddengoed dat in geen maanden verschoond is, zo leek. Het was me eerder niet opgevallen. Zoals gewoonlijk trof ik de dame in de woonkamer. Het schemerlicht van één enkel lichtpeertje liet de kristallen kandelaars die op de salontafel stonden te prijken, fonkelen. De enige waardevolle objecten in het vertrek. In de donkerte zag ik hoe haar handen enkele kranten van de ene stapel naar de andere verplaatsten. Opgeruimd zou het met deze handelswijze nooit worden. Ik zeeg neer op een gammele houten stoel en schouwde het tafereel aan.

Een vleug van het aangename voorjaarsaroma prikkelt mijn neus. Ik heb niet veel geslapen. Trudy, een vriendin heeft mij wakker gehouden. Ze is verliefd op Tommy die een paar huizen verder woont. Op de trap hoor ik de voetstappen van de dame. Terwijl ik zit te mijmeren op mijn keukenstoel houd ik haar constant in mijn vizier. Zonder begroeting of ontbijt loopt ze naar de woonkamer waar geen spoor van de lente te bekennen is. Sinds de kinderen bij het langslopen lelijke woorden naar haar roepen worden de overgordijnen nog maar zelden geopend. Ook vandaag zullen haar handen de sleetse stof niet aanraken. Dag en nacht zijn in deze ruimte niet waarneembaar. Alsof, met het buitensluiten van de wereld ook de hatelijkheden verdwenen zijn.

De dame gaat verder met de werkzaamheden die ze gisteravond laat heeft gestaakt. Een stapel drukwerk – die al maanden op de bruine bank ligt – wordt door haar bekeken en toegevoegd aan twee bergen die gisteren zijn ontstaan onder het venster. Bijna in trance sorteert ze verder zonder er erg in te hebben dat haar knot langzaam uiteen rolt. Lange grijze haren draperen zich op haar schouders en gekromde rug. Met een plof rolt er een dagblad op de vloer. Een zucht beroert haar lippen terwijl ze haar handen aan de rok van haar japon afveegt. Het geeft niet. De drukinkt die ze wil verwijderen is even zwart als haar jurk. Ze heeft alleen zwarte jurken. Gedurende het oprapen van het blad heb ik net zicht op twee gekromde benen. Eigenlijk zou deze dame in een zuiderlijk land moeten wonen. Van Ary, één van mijn vrienden die geëmigreerd is vanuit Griekenland, weet ik dat bejaarde vrouwen daar altijd in donkere kleuren gekleed gaan en hun haar opbinden.

Nu ik zo aan het filosoferen ben realiseer ik me ineens dat de naam van de oude vrouw mij onbekend is. Vreemd eigenlijk. Ik vertoef al jaren in haar gezelschap maar nog nooit heb ik iemand deze horen uitspreken. Post of een telefoontje krijgt ze niet. Zou ze wel familie hebben? Is er weleens een man geweest die haar heeft bemind? Heeft haar buik ooit het getrappel van nieuw leven ervaren? Langzaamaan is er op de bank is een plaatsje vrij gekomen. De dame maakt hier dankbaar gebruik van en plaatst haar billen op het leer. Ze kijkt me vriendelijk aan.
‘Kom,’ nodigt ze me uit.
Ik sta op van mijn stoel en loop naar haar toe.
‘Kom,’ hoor ik haar opnieuw zeggen.
Met haar hand tikt ze op de smalle ruimte naast haar. De plek is te klein voor mij. Plots zie ik mijn kans schoon. Terwijl ik haar aan kijk, spring ik op en leg me dan spinnend op haar schoot.

Click to listen highlighted text! Powered By GSpeech