‘Hoe ben je zo geworden?’ Terwijl de man de jonge vrouw bankbiljetten overhandigt kijkt hij haar belangstellend aan. De flappen verdwijnen zonder daglicht te hebben gezien in de kontzak van haar versleten jeans. Afwachtend kijkt ze hem aan, een antwoordt blijft absent.
‘Wacht hier, ik kom zo terug.’ Na enkele minuten ziet ze hoe de voor haar vreemde vent, die ze vanwege zijn opvallende schoeisel direct gympieman noemt, een drogist binnenloopt. Hun blikken kruisen elkaar. Priemende ogen strelen haar lichaam.

‘Hoe ben je zo geworden?’ De vraag kleeft zich vast aan haar gedachten. Vage beelden van een grote kerel doemen in haar geheugen op. In zijn hand rode ballonnen. Het moet haar vader zijn ten tijde van haar zevende verjaardag. Opnieuw beleeft ze hoe hij haar optilt, ronddraait zoals een papa liefdevol kan doen. Ze herkent de toeschouwster. De vrouw die in hun leven is gekomen na het overlijden van haar moeder. Tante Door. Of was het Dorina? Het schiet haar niet te binnen. Was het na deze viering dat alles veranderde? Wat had haar vader gezegd tegen de gasten?
‘Ach, onze Roos is zo’n lieve meid, hè Roosje. Nooit te beroerd om een karweitje voor haar vader te doen.’
Jaren heeft ze die stem niet meer gehoord en nu… nu in haar herinnering hoort ze hem glashelder, ziet ze als een getuige de gebeurtenissen die plaats vonden nadat de genodigden van het feest heengegaan waren. Haar papa die de riem van zijn broek losmaakt, haar kleine handen die zacht op en neer gaan… Zou Tante Door echt niets gehoord hebben?

‘Kom. We gaan.’ Met een schok keert de jonge vrouw terug in het heden. Naast haar staat gympieman. De terugkeer naar vroeger heeft haar belet zijn aanwezigheid tijdig op te merken. Scholieren met in de handen zakken friet lopen voorbij. Een slungel botst tegen haar aan. De lange tong - afgebeeld op haar T-shirt - ontvangt een klodder mayonaise. Met de onbezorgdheid die zij eens ook heeft gevoeld loopt hij verder. Het portier van een auto zwaait open.

De zon verwarmt de lucht in de cabine, mengt zich met de geur van een overvolle asbak en sperma. Gympieman speelt met het pakje ongebruikte condooms en kijkt haar tevreden aan. Met de onderkant van haar shirt wrijft ze haar lippen schoon.
‘Hoe ben je zo geworden?’
Het frêle lichaam van de jonge vrouw trilt, de donkere haartjes op haar armen trekken samen alsof een koude wind ze streelt. Voor het eerst sinds hun korte samenzijn hoort hij haar stem.
‘Het begon op mijn zevende.’