Vandaag ben ik op bezoek in Dokkum. Een stad in Friesland. Mijn hele leven breng ik, eenmaal per jaar, een bezoek aan deze stad. Mijn vader is er geboren. Om precies te zijn aan de Stroobosserweg. Vroeger behoorde deze weg niet bij Dokkum. De kleine woonwijk, bestaande uit een rij arbeiderswoningen, viel onder de gemeente Dantumadeel. Voor onze familie maakte dat niets uit. Strobos was Dokkum. En de jaren hebben ons gelijk gegeven. Zoek nu op Google naar de genoemde straat en daar verschijnt: Strobosserweg Dokkum. Mooi.

De Strobosserweg bereik je door in het centrum de borden Algemene Begraafplaats te volgen. Wij brachten ook hier altijd een bezoek aan. Mijn Pake (Opa) en Beppe (Oma) hebben hier hun laatste rustplaats gekregen. Maar als je dit bezoek overslaat en je weg vervolgt, dan kom je op de Strobosserweg; gelegen aan het watertje de Stroobossertrekvaart. Het werd rond 1654 gegraven in opdracht van de Gemeente Dokkum en loopt naar Wouterswouden en Driessum. Uiteindelijk gaat het water op in het Prinses Margrietkanaal, maar nu dwaal ik af.De kleine woonwijk waarin mijn vader woonde, werd destijds gebouwd voor de allerarmsten van de streek. Hoe mijn voorgangers zo arm zijn geworden, dat levert weer een ander verhaal op. Misschien schrijf ik daarover een volgende keer. Mijn Pake en Beppe woonden eerst aan het einde van de straat. Later, toen er kinderen uit waren gevlogen en Beppe was overleden, verhuisde Pake naar een ander huis, even verderop. Niet dat dit huis beter was, maar er was een schuur in de tuin. Wel kreeg Pake huurverhoging, vierenveertig eurocent. Omgerekend in guldens: twintig cent. Voor die tijd heel wat.

Zoals gezegd kom ik op deze plek al mijn hele leven. Samen met mijn ouders, broer en zus gingen we vroeger mijn Pake bezoeken. Mijn Beppe is lang voor mijn geboorte overleden, dus die heb ik niet gekend. Ik herinner me nog goed hoe ik op de achterbank van onze auto de watertoren van Dokkum in het vizier kreeg. Nog steeds is dat een gewoonte, kijken naar de watertoren. Als ik dit gevaarte zie, ben ik bijna in Dokkum. Het levert een vrolijk gevoel op, altijd weer. Later, toen ook mijn Pake niet meer hier woonde, gingen we om nostalgische redenen. Mijn vader was dan wel Rotterdammer ‘geworden’, maar het Friese landschap bleef trekken. Staande aan het water van Stroobossertrekvaart vertelde hij met enthousiasme over zijn jeugd. 

Het zoeken van het eerste Kievitsei, varen op het water, en de angstige momenten tijdens de oorlog. Ook had hij altijd huisdieren. En dan niet de huisdieren die ik als ‘stadse’ gewend ben. Nee, kippen, konijnen en geiten. Soms een hond. Als ik mijn ogen dicht doe, zie ik hoe mijn vader als kleine jongen moet hebben geleefd, zo gekleurd waren zijn vertellingen. Het was dan ook een klap toen we tientallen jaren geleden de locatie bezochten en de woningen waren verdwenen. De fundering van de woonwijk was nog te zien, maar er stonden nu woonwagens. Vervolgens kreeg de locatie als bestemming: parkeerplek. Nu heeft de armoede van vroeger plaatsgemaakt voor moderne huizen. Verder is er een groepsaccommodatie genaamd Oekedakke, wat betekent "naar bed gaan", en Star Travel Mobiele Reisadviseur. Alleen het uitzicht over de zogenaamde Hogendijken is bewaard gebleven. Een groot weidelandschap dat eens behoorde bij een boerderij. Maar sinds kort staat hier een bord. Bouwgroep Dijkstra Draisma uit Bolsward gaat het land herinrichten. U weet wat dat betekent. Industrieterreinen en nog meer nieuwe woonwijken. De jeugd van Dokkum wil ook wat.

Ik stap in mijn auto om de weg naar huis te ondernemen. Mijn conclusie, de Strobosserweg kan ik beter bezoeken door mijn ogen dicht te doen. Dan zie ik de oude huizen, hoor ik hoe de mensen rap praten in de Friese taal, en zie ik de natuur - alom aanwezig. Het is de vooruitgang die deze pittoreske plekjes in Nederland opslokken. En het is nodig, dat weet ik ook wel. Maar toch, het doet ook zeer.