Laat ik er niet omheen draaien; mijn lichaam raakt in verval. Zo is het een heel gedoe om ’s morgens uit mijn bed te kruipen want ó, ó wat voel ik m’n rug. Sta ik eenmaal op twee benen dan moet ik rennen naar de wc want mijn blaas is ook niet meer wat het geweest is. Volgens de dokter, die ik onlangs sprak, zijn het normale kwalen die passen bij mijn leeftijd. ‘Misschien helpt het als u naar de sportschool gaat,’ kreeg ik mee als advies.

Tweemaal per week kom ik er langs en als het stoplicht op rood staat gluur ik steevast naar binnen. Beide keren is het dan zo’n uur of zeven maar ondanks het vroege tijdstip staan ze er altijd. Twee mannen op twee loopbanden in de etalage van de sportschool. Met het zweet op de kop rennen ze naar nergens. Dat zou ik dus ook moeten doen. Gewoon zo’n kek sportschooltenue kopen en hup: rennen, gewicht heffen, roeien en wat al niet meer er verzonnen is om fit te blijven. ‘t Zit er niet in.

Heus, ik heb het geprobeerd met als resultaat dat ik tijdens een één uur durende les alleen met mezelf bezig was. Wat natuurlijk zo hoort maar de reden was verkeerd. Terwijl de instructeur uitleg gaf, had ik alleen maar aandacht voor mijn lovehandles die door het onflatteuze licht zo goed te zien waren. Of ik voelde de kwabben van mijn onderarmen als de klepel van de Big Ben – DING,DONG! – heen en weer slingeren tijdens de Cross Training. Te gênant voor woorden. Dus terwijl het abonnement doorliep zat ik allang op de bank. Zonde!

Inderdaad, het viel mij ook tegen dat ik zo snel opgaf. Daarom besloot ik in het vervolg thuis te trainen. Wat er allemaal wel niet door de voordeur naar binnen is gesjouwd: een hometrainer, gewichtjes, een suspension trainer en tot slot een trainingswiel. Resultaat? Nul. Vandaar dat ik vandaag dolblij was toen ik deze advertentie in de krant las: ‘Gratis op te halen: een Ab Burner Pro buikspierbank. Is zo goed als nieuw, helpt heel goed om de buikspieren weer strak te krijgen.’ Goh, dat ding werkt schijnbaar supersnel… Zo goed als nieuw en toch een strakke buik… Zou ik?
Nee. ’t Klinkt te mooi om waar te zijn. De volgende keer dat ik voor het rode stoplicht sta, draai ik mijn hoofd niet naar rechts maar naar het Campanile hotel aan de linkerzijde. Ook daar is vast wat te begluren!

©Sophie Dijkgraaff