De afgelopen week stond één nieuwsbericht centraal: de afschuwelijke verwoesting van de gezichtsbepalende kathedraal van Parijs, de Notre-Dame. Bijna direct nadat de eerste vlammen zichtbaar waren schakelde de Franse zender TV5 live over naar de plek van het onheil. Samen met honderden huilende en biddende Parijzenaars zag ik hoe de prachtige 93 meter hoge kerktoren neerstortte.

Zoals dat gaat met groot nieuws schoven mondiaal de beste stuurlui aan bij nieuwsuitzendingen. De brandpreventie werd onder de loep genomen, evenals de veiligheidsmaatregelen rondom de restauratiewerkzaamheden die op het moment van de catastrofe gaande waren. Andere deskundigen vertelden over de rijke geschiedenis van het icoon waarvan de eerste steen in 1163 werd gelegd. Vol enthousiasme, alsof de schrijver Victor Hugo het boek pas kortgeleden heeft afgerond, werd het liefdesverhaal van de gebochelde Quasimodo opgehaald waardoor de verkoopcijfers van de roman opnieuw naar ongekende hoogtes stegen.

Aansluitend waren er nog de mensen met dierbare herinneringen aan de eeuwenoude kerk. Gelukkig ben ik één van hen. Terwijl de slopende vlammen hun weg verder vervolgden beleefde ik opnieuw mijn bezichtiging van de Notre-Dame. De lucht van oudheid vermengd met de geur van kaarsvet drong mijn neus binnen. Even raakte ik ontroerd bij het zien van de taferelen afgebeeld in ramen van glas in lood die het interieur al naar gelang jaargetijde en tijdstip kleurden. Langzaam betrad ik de trap om vanuit één van de stompe torens overrompeld te worden door een magnifiek uitzicht over de Lichtstad. Zonnestralen speelden rond de toppen van de Sacré Coeur en la tour Eiffel.

Nu alle vlammen zijn gedoofd en de verhalen verteld is het de beurt aan de architecten, bouwvakkers en (kunst) schilders om de ziel van Frankrijk zo goed mogelijk te herstellen. Was er voor de brand nauwelijks geld om de restauratiewerkzaamheden te bekostigen, de laatste dagen doneren Franse miljardairs en bedrijven honderden miljoenen. Het Franse volk heeft maar één doel, de Notre-Dame weer zo te laten schitteren als tevoren. Deze hervonden fraternité (broederschap) is misschien wel het mooiste dat uit deze misère is ontstaan.

©Sophie Dijkgraaff