In mijn herinnering hing bij elk huis de vlag uit. Rood, wit, blauw met oranje wimpel. Onze tuin, waarin een kippenhok, duiventil en een grasveld waarboven een blauwe waslijn, leek gigantisch groot. Blauweregen omzoomde de veranda waarop mijn opa schommelend in zijn stoel genoot van het geroekoekoe dat vanuit de til zijn oren vertroetelde. Toen ik als twintiger nog eens teruggekeerde – in een aanval van melancholie besloot ik dat ik dáár wilde wonen en, niet onbelangrijk, het huis stond te koop – was de tuin veel kleiner. De met zorg opgebouwde vogelverblijven waren van de aardbodem verdwenen, net als het gras en de klimplant. Tegels vragen minder onderhoud, nietwaar?

Die dag uit mijn kleutertijd, een 5e mei, was een stralende dag. In een vrolijk lentejurkje met ruches ging ik samen met mijn ouders en zus op weg naar de festiviteiten in onze wijk. Zowel mijn zus als ik kregen voor de gelegenheid een zilverkleurige puntmuts, afgezet met een rand oranje crêpepapier. Het uitbundige feesttenue bestond verder uit een stok waaraan een plastic vlag. Later zouden we huppelend zwaaien naar iedereen die ons passeerde. Na eendrachtig ‘Dááág!’ geroepen te hebben lieten we opa schommelend achter, onze koningspoedel Lex lag trouw aan zijn voeten.

Of het feest ter ere van de bevrijding groot was weet ik niet meer. Ik kan me zo voorstellen dat we de dichtstbijzijnde winkelstraat heen-en-weer gelopen hebben. Dat deden we vaker. En of wat ik nu met u ga delen ook echt op die dag gebeurde, daar zullen de meningen binnen onze familie over verschillen. ’t Kan zo maar zijn dat ik twee onsamenhangende belevenissen aan elkaar plak. Het maakt verder ook niet uit. In mijn beleving liep de dag zóaf.

Bij thuiskomst was het vredig tafereel compleet foetsie. Vanuit de keuken hoorden Lex blaffen en met zijn nagels krassen aan de deur. Opa liep spinnijdig in de tuin; het weinige grijze haar als een aureool om zijn hoofd, één dode kip in zijn hand. Onthutst keken we toe hoe hij kip twee, eveneens levenloos, uit het hok pakte en kip drie en kip vier… Toen kwam mijn vader weer tot leven. “Wat zou er gebeurd zijn?” Als reactie op zijn vraag haalde mijn moeder haar schouders op. Haar blik nog altijd aan het tafereel vastgekleefd. Omdat de vraag dringend om een antwoord vroeg, stiefelde mijn vader naar buiten – van de vrijheid die wij vierden zou Lex nooit meer proeven.

©Sophie Dijkgraaff