Uit angst dat half Nederland over me heen rolt, durf ik deze column nauwelijks te publiceren. Nou ja, niet overdrijven. Door zoveel landgenoten wordt mijn werk niet gelezen. Dat kan ook niet. Tussen die acht miljoen mensen zitten er sowieso duizenden die aan de borst hangen, net leren lopen of weliswaar volwassen zijn, maar geen letter tot zich nemen. Nee, met wekelijks zes- tot zevenhonderd lezers mag ik zielsgelukkig zijn. Tot zover de zelfreflectie. Die best nuttig was. Nu durf ik ineens wel te schrijven wat ik eerder achterwege wilde laten. Laat ik het zo aanpakken dat mijn kritiek niet overkomt als afkraken. Ik ga het pad van de positieve psychologie betreden. Komt-ie.

Met het werk van Remco Campert kwam ik in aanraking nadat ik de roman ‘Het leven is vurrukkulluk’ opdook in de kringloopwinkel. De pocketuitgave was beduimeld en door de vorige lezer voorzien van kanttekeningen. Onder andere door de vele aanprijzingen van dit boek: onweerstaanbaar, woordacrobatiek en feeërieke vertelling, besloot ik het exemplaar toch mee te nemen.
De recensenten hadden niet gelogen: een fan was geboren! Zoals hij was, wilde ik worden. Dagelijks schrijven, mooie verhaallijnen uitzetten en woorden net zo prachtig aaneenrijgen. Het is er nog niet van gekomen. Te vaak is er nog even dit of dat te doen. Wanneer dit of dat is afgehandeld wacht werk waarvan ik de boodschappen kan betalen. En de hypotheek en de auto en de vakantie. Zoals ik al schreef, het is me nog niet gelukt. Maar wat niet is …

Zo, nu volgt de biecht. Waar ik minder enthousiast over ben zijn de gedichten van Campert. Ho, niet alle gedichten. Het zijn meer de werken als ‘Lamento’, waarin herhaling de boventoon voert. Laatst sprak ik een vriendin hierover. “Weet je wat het is”, zei ze, “Je moet je ogen dichtdoen en je laten meevoeren door de tekst”. Volgzaam als ik ben, lag ik ’s avonds plat op de bank, koptelefoon op, het betreffende fragment uit ‘Ode aan Remco Campert’, kortgeleden uitgezonden door de NPO, aan. Opnieuw werd ik niet lyrisch. Ik geef toe, het ligt vast aan mij. Want laten we wel wezen, die zes- tot zevenhonderd lezers, Campert lacht zich krom. Toch?

Ach, voor de zekerheid: Beste meneer Campert, alsnog van harte gefeliciteerd met uw negentigste verjaardag!
Je weet het nooit …

©Sophie Dijkgraaff

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.