De hond staat stil, spreidt trappelend zijn achterpoten om vervolgens zijn poepgat richting aarde te brengen. Zijn staart doet me denken aan die van een varken. Ik volg de hondenblik over het kinderspeelveld. Zoekt hij privacy? Dat kan hij wel vergeten. Het beest bevindt zich op een terrein waar fietsers en auto’s langsrazen, het winkelend publiek voorbij wandelt en spelende kinderen in het klimrek hangen als bavianen. Is de hond beschaamd? Snapt de viervoeter, in tegenstelling tot zijn baas, het gebodsbord boven zijn kop wel? Nog voor ik de juiste antwoorden bij elkaar gepuzzeld heb, ontlast het beest zich. Zichtbaar blij rolt hij zijn staart uit en kwispelt vrolijk. Na een korte aanmaning: “Allez Duco”, wordt de hondenriem aangehaald, de gang naar ergens anders ingezet. Op de kinderweide blijft een verse hoop achter als voer voor een vliegenzwerm of kinderschoen.
’t Zal de toerist worst wezen.

Het is zomaar een ochtend in augustus. De zon schijnt herfstig. Voor de zekerheid heb ik een paraplu in mijn tas gedaan. Al meldt de plaatselijke weerman prima zomerweer, mijn motto is: zekerheid voor alles!

Nieuwe afleiding stopt vlakbij. Weer toeristen. Ditmaal uit in eigen land, concludeer ik na het zien van de sticker GR op de achterklep van de auto. De man parkeert – een beetje naar voren en terug naar achteren, een beetje naar links, nee toch naar rechts – voor de plaatselijke Appie. Nadat hij is uitgestapt zie ik zijn wonderlijke uitdossing: een outdoor broek met bijpassend vest. In beide kledingonderdelen zijn genoeg zakken genaaid om een compleet arsenaal messen, bijlen en weet ik wat nog meer voor gereedschap, om in de bossen te overleven, te herbergen. Verwacht hij aangevallen te worden door hamsterende hamsters? Ook deze bespiegeling moet ik abrupt beëindigen. Uit de auto stapt nog iemand. Een dame. Het contrast tussen beide reizigers kan niet groter. Terwijl de lucht bezwangerd raakt met het parfum van de vrouw, vang ik haar blijdschap op: “Gelukkig, hier spreken ze weer Nederlands!” Ik voel de impuls haar te corrigeren. Limburgs is ook onverstaanbaar. Haar zuchtende man stopt me. Vermoedelijk heeft hij de laatste uren naast een jengelende eega doorgebracht.

Intussen slenter ik verder door de vreemde stadswijk. Mijn vriendin Nina heb ik in onze hotelkamer achtergelaten voor een wc bezoek (ook zij heeft liever geen publiek). ’t Geeft mij tijd om te doen wat ik leuk vind. Mensen kijken!

©Sophie Dijkgraaff