De Grote Breedstraat is de laatste jaren veranderd. Naast kantoorpanden hebben de Wibra, Blokker en Kruidvat de pittoreske huizen en winkeltjes opgeslokt. Ook lunchroom De Koffiepot is met de tijd meegegaan. De oude koffiepottencollectie waaraan de zaak zijn naam dankt, heeft plaatsgemaakt voor een strak interieur. Op het terras lopen serveersters af en aan met bestellingen. Gezien het weer van de afgelopen periode, loop ik hier misschien wel op de mooiste dag van deze zomer.



Via een omweg beland ik op het Zuiderbolwerk. In de gracht ernaast glijdt een bonte verzameling bootjes als een sierlijk lint voorbij richting de Woudpoortbrug. Na het openen van de brug zal de stoet verdwijnen richting Leeuwarden. Ik kijk een poosje mee met de overige toeschouwers, dan wandel ik verder. Mijn nieuwsgierigheid vraagt om bevrediging. Dat herken je vast wel, dat je jaren in een stad komt en opeens iets ziet wat je nog nooit eerder hebt gezien. In mijn geval is dat het graf van Dirk Rafaelszoon Camphuysen.

Dirk Rafaelszoon Camphuysen, geboren in Gorinchem, was een man met vele beroepen. Nadat hij was verbannen uit zijn geboorteplaats vanwege zijn remonstrantse denkbeelden, deed zijn broer hem in de leer bij een kunstschilder echter, de rector van de Latijnse school wist hem over te halen een theologiestudie te volgen. Na deze opleiding trok hij door Nederland als dominee, boekdrukker, uitgever, vlashandelaar en dichter. Had Camphuysen voor zijn dood in 1627, een reislustig bestaan, na zijn dood stopte dat niet. Want het graf waar ik nu sta is niet de plek waar de rouwenden hem heen brachten. Jaren na zijn eerste begrafenis, op de plek waar de Markt is, werden zijn schedel en enkele beenderen opgeëist door Jacob Colum, boekverkoper in Amsterdam en zijn vriend Francois van Limburgh. Zo kwam het dat er een doodgraver werd opgetrommeld om de kist te lichten waarna de restanten als kostbaar aandenken werden verhuisd naar de hoofdstad. Nog steeds is het een raadsel of de meegegeven schedel en beenderen wel echt van Camphuysen waren. Het verhaal wil dat de grafdelver op het moment van de opgraving een flinke neut op had ...

Enfin, door toedoen van een zekere Sophia Barbara van der Voort uit Noordwijk werden in 1860 de schedel en beenderen van Camphuysen in alle stilte alsnog herbegraven op de plek die ik bezoek. De rondzwervende duizendpoot kreeg eindelijk rust. Opkijkend zie ik dat een nieuwe botenstoet, onder een afzwakkende zon, zijn opmars maakt. Aan de mooie augustusdag en mijn bezoek aan Dokkum is een einde gekomen.

© Sophie Dijkgraaff

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.