Ik heb mijn moeder nooit horen zeggen: 'Pff, drie kinderen thuis, niet te doen.' Nee. Wel vond ze ons met tijd en wijlen ontzettende klieren. Maar ja, mijn zus had altijd van die leuke barbiepoppen, kon mooi tekenen en was muzikaal getalenteerd. Daar kijk je als kleiner zusje toch tegenop. Wat zij had, wilde ik ook, goedschiks of kwaadschiks. Wat ik wel irritant vond was dat mijn broer met zijn TATOETATOE boven ons schreeuwen probeerde uit te komen. Daardoor kon ik mijn zus niet verstaan waardoor ze nog harder te keer ging. Mijn moeder, intussen laaiend, probeerde daar weer bovenuit te komen. Enfin, je begrijpt het wel, bij ons thuis heerste regelmatig chaos.

Toen ik het begin van deze tekst opnieuw las, voelde ik me best beschaamd. Zouden alle broers en zussen in de kindertijd zo met elkaar omgaan? Vlug startte ik het internet op om te kijken wat er zoal over dit onderwerp geschreven wordt. Wat blijkt? Niets aan de hand. Dat kinderen onderling ruzie maken is gezond voor de sociale ontwikkeling. Sterker, ik het had juist meer moeten doen. Van de acht positieve eigenschappen die ontstaan als je als kind lekker ruziet, kon ik er zeven afvinken. Had ik nog meer bonje gemaakt had ik de achtste, voor jezelf opkomen en grenzen stellen, vermoedelijk ook kunnen afstrepen. 

Natuurlijk kom ik niet zomaar met dit terugkijkje op mijn kindertijd op de proppen. Nee, als ik iets deel over mijn privéleven moet het wel enige functie hebben. Het nut van het ophalen van deze kindergeschiedenis is dat ik even stoom wil afblazen. Afgelopen week hoorde ik een moeder zeggen: 'Ik heb zes kinderen, nou dan ben je wel blij dat de scholen weer open mogen.' O, dacht ik, waren die zes kinderen dan een verrassing? Kwam deze mevrouw op een morgen de woonkamer binnen en dacht ze verrek, er zitten zes kinderen op de bank. Wat moet ik daarmee? Ach, weet je wat, ik drop ze op school, ben ik ervan af. Nee toch?

Ja, sorry hoor, ik word een beetje iebel van klagende ouders die niet weten wat ze moeten met hun kinderen tijdens de lockdownkerstvakantie en scholen zien als kinderopvangplaats. Volgens mij besluit je je voort te planten omdat je kinderen opvoeden leuk vindt. Niet omdat je een juf of meester van werk wilt voorzien. Zo, dat lucht op en met terugwerkende kracht voel ik nog meer respect voor mijn moeder zaliger. Ja, ze vond ons regelmatig een stelletje treiteraars, maar o wat was ze blij als haar kroost thuis was met de vakantie! Bedankt ma!

© Sophie Dijkgraaff

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.