Afgelopen week was tante Til jarig. Met een doos gebak reisde ik naar haar af. Wie tante Til is? Tante Til was mijn buurvrouw tot Alzheimer zijn koffers bij haar uitpakte. Zielsgelukkig zit ze nu in een verpleeghuis waar ze, met wat dementiemagie, elke dag haar 'gewone' leven omtovert tot één groot avonturenverhaal. Zo is ze als jonge vrouw van de schans in Garmisch-Partenkirchen af komen zoeven, heeft ze aan een parachute boven Rotterdam gehangen, was ze dé sterspeler van Feijenoord en speelde ze regelmatig golf met Tiger Woods.

Het bijzondere van dementie is, soms is tante Til glashelder en op andere tijden mixt ze de realiteit en haar bedenksels door elkaar. Zo ook tijdens mijn bezoek. Terwijl we samen het gebak verorberden en genoten van een kop heet water waar een theezakje doorheen was gevlogen, graaide ze plots naar de knopen van mijn blouse. Geschrokken keek ik in twee boze ogen.

'Wat zie ik?'
Verbaasd keek ik naar mijn decolleté.
'Ik zie het wel hoor, je hebt een tatoeage!'
'Welnee, ik? Geen denken aan. Als ik zo'n naald zie, val ik om.' En dat is waar. Ooit wilde ik een vlinder down under laten tatoeëren, leek me wel sexy. Echter, toen het naaldje bij de poes kwam ging ik er snel vandoor. Om Tante Til mijn gelijk te bewijzen knoopte ik mijn blouse open. Dat bood geen soelaas. Het idee van een tattoo op mijn borst wilde niet uit haar hoofd.
'Meisje toch, als je straks oud bent hangt die vlinder tussen je benen.'
Ach, heb ik toch nog een getatoeëerde poes, wilde ik zeggen. Net op tijd slikte ik de woorden in.

Een paar minuten later was de boze bui van Tante Til voorbij. Terwijl me te binnen schoot dat haar tatoeagemania waarschijnlijk was ingegeven door het nieuws dat het deze dagen storm loopt bij de tattooshops, had ze al een ander gespreksonderwerp gevonden.

'Hoe zit mijn haar? De kapper is geweest.'
Ik keek naar de grijze krullen.
'Het zit perfect. Weet u wat, ik maak een foto van u.'
De ogen van tante Til straalden. Terwijl ik mijn mobieltje pakte, rechtte tante haar rug en poseerde als een grande dame. Na afloop toonde ik de foto. Een reactie bleef uit.
'Is de foto niet naar uw zin?'
Ik zag hoe tante Til met een hand over de armleuning van haar stoel aaide, toen keek ze me ontzet aan.
'Zeker wel. Een mooie foto, maar dat lijkt mijn stoel wel!'

Een half uur later stapte ik de 'echte' wereld weer in, tante Til tevreden achterlatend voor de tv waarop wielrennen te zien was. 'Laatst heeft mijn zoon ook meegereden Sophie. Na afloop zwaaide hij naar de camera en riep: 'Dag moeders!' Even voelde ik de tranen prikken. Toen bedacht ik me, dementie heeft tante Til de zoon gegeven die ze zo graag wilde. Wat wil ik nog meer?

© Sophie Dijkgraaff

 

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.