Hebt u al kennis gemaakt met de Amerikaanse Grumpy Cat? Nee? Dan bent u te laat maar laat ik u even bijpraten. Grumpy Cat, alias voor Tadar Sauce, was een wereldberoemde Amerikaanse poes met een, zoals de bijnaam al doet vermoeden, uiterst chagrijnig koppie. Maar ook chagrijnig kijken heeft zo zijn voordelen. Nadat de eigenares een foto van de poes op Instagram plaatste, liep haar banksaldo net zo hard op als het aantal volgers: miljoenen! Jammer genoeg komt aan alles een einde. Begin dit jaar liep Grumpy Cat een blaasontsteking op waardoor ze op veel te jonge leeftijd in de kattenhemel arriveerde. Zo’n hemel bestaat vast. Als wij mensen hem kunnen verdienen dan deze enigszins eigenzinnige wezens, trouwer dan mensen, zeker ook.

Sinds kort woon ik samen. Met wie weet ik niet, wel met wat. ´t Heeft een lange staart en piepkleine oortjes. Gisteren heb ik mijn buurvrouw op de hoogte gebracht van mijn vrijage. Nog voor ik uitgesproken was hing ze aan het plafond, gillend dat deze vreselijke indringer dóód moest. Wat ik dan weer niet kan, zo´n dier ten grave brengen.

“Verdikkeme, ik word helemaal simpel van dat gezeur. Alsof een paar rimpels zo erg zijn. Komt er in het winkelcentrum zo’n jong ding op me af om de zoveelste wondercrème aan te bevelen: ’Uw rimpels verdwijnen gegarandeerd voor 80%.’ Dat vind ik dan toch weer karig. Maak dan gelijk een smeermiddel dat de hele boel superglad trekt.” Mijn vriendin reageert slechts met het uitschoppen van haar schoenen. Ze weet als ik op dreef ben, is er geen stoppen meer aan.

Wat geniet ik van de reus uit Alkmaar! Wat een superheld! Volgens mij heeft langeafstandszwemmer Maarten van der Weijden voor de start van zijn Friese Elfstedentocht gedacht: niet lullen maar doen. Zelfs nadat zijn eerste poging vorig jaar, om de elf Friese steden te bereiken, op ongeveer 40 kilometer voor Dokkum strandde, dook hij weer in het water. Ik maak een hele diepe buiging voor de man die, gedreven door overleversschuld, deze uitputtingsslag aanging.

Vooraf was ik best zenuwachtig. Al weet ik dat volgens de statistieken vliegen veiliger is dan autorijden, je zult maar net in dat éne toestel stappen dat voorbestemd is zijn eindbestemming niet te halen. Toch zijn er altijd mensen die baas-boven-baas spelen. Zo zat er achter mij een stoere bouwvakker die nog voor vertrek in huilen uitbarstte. Zijn vrouw vond dat zo amusant dat ze na het opstijgen bij elke luchtzak joelde: ‘Daar gaan we Willem.’ Dat zij nog samen zijn, het is een wonder.

Het staat al maanden in mijn agenda en bijna is het zover! Met volgepakte koffer – een vrouw moet kunnen kiezen nietwaar? – vlieg ik met Nina aanstaande zondag in alle vroegte naar het eiland dat bekend staat om zijn zon, zee en zuipparty’s! Overigens dat laatste hadden mijn grijze hersencellen al weggestopt in de lade: niet belangrijk. Het waren mijn verder uiterst lieve collega’s die me herinnerden aan de tv-serie die Kreta of beter Chersonissos deze reputatie bezorgde.

De tv is allang niet meer in zwang bij de kijkers. Wel bij aandachtsgeile malloten die een nieuwsbericht denken op te leuken door zwaaiend en roepend door beeld te lopen. “Oh, kijk mij eens stoer zijn!” Ik neem voor het gemak maar aan dat door de aan het oor gedrukte telefoon instructies komen van het thuisfront. “Beetje naar links, ja ik zie je!” Dergelijke popiejopie kwam afgelopen dinsdag in beeld tijdens de verslaggeving van Kysia Hekster over het bezetten van een varkensstal in Boxtel.

Ik kan het wel, een praatje maken met een vreemde. Vanmorgen nog had ik in de supermarkt een prima gesprek met een mevrouw die ratseflats mijn boodschappen over de scanner schoof om ze vervolgens met een bloedvaart op de rolband te smijten. "Kan het iets rustiger?" vroeg ik nadat de familiezak chips – sttt, ik weet het – gebombardeerd werd met een galiameloen. "Tuurlijk, maar er staan nog meer mensen te wachten hè." De vijf zinnen die hierna volgden laat ik wegens het taalgebruik van mijn gesprekspartner liever weg. De uitkomst? Deze caissière ziet mij nooit meer.

In mijn herinnering hing bij elk huis de vlag uit. Rood, wit, blauw met oranje wimpel. Onze tuin, waarin een kippenhok, duiventil en een grasveld waarboven een blauwe waslijn, leek gigantisch groot. Blauweregen omzoomde de veranda waarop mijn opa schommelend in zijn stoel genoot van het geroekoekoe dat vanuit de til zijn oren vertroetelde. Toen ik als twintiger nog eens teruggekeerde – in een aanval van melancholie besloot ik dat ik dáár wilde wonen en, niet onbelangrijk, het huis stond te koop – was de tuin veel kleiner. De met zorg opgebouwde vogelverblijven waren van de aardbodem verdwenen, net als het gras en de klimplant. Tegels vragen minder onderhoud, nietwaar?

Als ik een bijnaam voor mijn vader zou moeten verzinnen dan werd dat ongetwijfeld: de klokkenman. Pendules, Friese staartklokken, tafelklokken, mijn vader was er dol op. Niet om de tijd vanaf te lezen, welnee het ging om het gebimbam. In de korte tijd dat hij alleen woonde, na het overlijden van mijn moeder, verzamelde hij een assortiment dat om het kwartier de woon- en slaapkamer vulde met een luide klokkenspel-kakofonie. Het begin van het achtuurjournaal, voorheen een moment van complete stilte en oplettendheid, was niet meer te volgen. Als ik hem daarop attendeerde gingen zijn ogen glimmen en rolden altijd dezelfde woorden over zijn lippen: “Mooi hè.” 

De afgelopen week stond één nieuwsbericht centraal: de afschuwelijke verwoesting van de gezichtsbepalende kathedraal van Parijs, de Notre-Dame. Bijna direct nadat de eerste vlammen zichtbaar waren schakelde de Franse zender TV5 live over naar de plek van het onheil. Samen met honderden huilende en biddende Parijzenaars zag ik hoe de prachtige 93 meter hoge kerktoren neerstortte.

Zal ik dan maar blauw doen? Of toch groen? Ja, groen en dan mijn woonkamer omtoveren tot een moderne rimboe inclusief zo’n kekke hangstoel. Oeps, heb ik bijna de knoop doorgehakt hoor ik op tv een stylist beweren dat groen alweer zó 2018 is, niet aan beginnen dus. Wacht, donkergroen mag wel. Eucalyptusgroen, Vleugje Tijm, Java Groen en nog tig donkergroene kleuren nemen bezit van het scherm. Maar goed dat ik vandaag mijn plannen heb omgegooid zodat ik nu voor de tv kan blijven hangen om de laatste woontrends te zien.

Kunt u ook zo genieten van koeien die als een dolle springend hun winterstalling verlaten? Of van de ó zo schattige lammetjes en mèèè geitjes? Mijn hart knalt bij deze beelden bijna uiteen van geluk. Hetzelfde gevoel kan me overvallen zittend op mijn balkon omringd door bloempotten gevuld met tulpen en narcissen en blauwe druifjes en anemonen onder de lentezon. Als mijn neus dan ook nog eens geprikkeld wordt door het aroma van vers gemaaid gras lijkt mijn wereld op de Hof van Eden. Echt, ik moet mezelf afremmen om er niet à la Maria uit The sound of Music een aria uit te gooien.

U kent het vast wel. Je hoort of ziet iets en plots gaat de film over het verleden draaien. Mij verging het vanochtend net zo toen ik uit het niets besloot mijn kledingkast eens grondig uit te mesten. Nadat de ene na de andere plunje op bed belandde raakten mijn handen plots een bijzonder kledingstuk: het vest van mijn moeder. Zachte grijze angorawol, gebreid volgens een ingewikkeld patroon, riep direct het beeld op van mijn moeder rustig zittend in haar stoel met in haar handen tikkende breipennen.

Ik bezit een karaktereigenschap waar ikzelf een grondige hekel aan heb: alles goedpraten. Zo belandde ik vorige week op een koud en hard onderzoeksbed voor het maken van een echo. De reden laat ik voor u onbekend. Wel kan ik verklappen dat de echolaborant het talent efficiëntie zeker niet had.

Ze zijn vanmorgen met een goed humeur opgestaan – vier vriendinnen. Na een snelle douchebeurt hebben ze zich gekleed in een T-shirt, driekwartbroek en jas. Er wordt geen acht geslagen op het feit dat de Capribroek melkwitte kuiten onverhuld laat. Met de voeten in stevige sandalen gestoken stappen ze de wereld in. Het belooft een mooie lentedag te worden.

Gehaast ren ik door de supermarkt.  De winkelklok staat op even voor vijven wat maakt dat over een uur de vrienden die mijn lief spontaan heeft uitgenodigd voor de deur staan. Gelukkig ken ik de indeling van de Appie zo goed dat ik zonder nadenken de benodigde spullen in mijn mandje kwak. Pas bij de kassaband kom ik tot stilstand, pak alle boodschappen weer uit en wacht op mijn beurt. Intussen geef ik mezelf er flink van langs want waarom heb ik niet een tijdbesparende handscanner gebruikt?

De vraag drong zich al eerder aan me op. ‘Wat kan ík doen aan de klimaatverandering?’ Dat het antwoord vandaag mijn mailbox binnenrolde vermomd als een aanbieding van Bol.com – 40% korting op heel veel make-up! – verbaasde me enorm. Of was dit een speling van het algoritme? Geen idee.

Zodra ik het product voor het eerst onder ogen kreeg dacht ik: kopen! Uiterst handig toch, zo’n apparaat dat altijd de weg weet. Nou ja, voor wie niet eigenwijs is. Want ook al is de TomTom zo geprogrammeerd dat het me feilloos van A naar B voert, ik denk het vaak beter te weten. Resultaat? Afspraakjes moeten regelmatig even (lees: een uurtje of wat) wachten op mijn aankomst. Tommy had weer gelijk!

Laat ik er niet omheen draaien; mijn lichaam raakt in verval. Zo is het een heel gedoe om ’s morgens uit mijn bed te kruipen want ó, ó wat voel ik m’n rug. Sta ik eenmaal op twee benen dan moet ik rennen naar de wc want mijn blaas is ook niet meer wat het geweest is. Volgens de dokter, die ik onlangs sprak, zijn het normale kwalen die passen bij mijn leeftijd. ‘Misschien helpt het als u naar de sportschool gaat,’ kreeg ik mee als advies.