Tussen 2016 en 2021 schreef ik met veel plezier columns voor de regiokrant IJssel en Lekstreek. Helaas is deze samenwerking door het Cornavirus en de daardoor teruglopende advertentie-inkomsten gestopt. De best gelezen columns kun je hieronder nog eens nalezen. Veel leesplezier!

Ongetwijfeld de grootste ergernis van Capellenaren: de troep op straat. Dat lees ik niet alleen in de krant. Op Facebook en Twitter worden dagelijks foto's gedeeld waarop de zooi te zien is. Maar ach, het is best lastig dat leeggedronken blikje of gebruikte mondkapje thuis of in een afvalbak buiten te gooien. Waarom na het laatste haaltje die peuk in je handen houden? En zo'n winkelwagentje terugbrengen naar de eigenaar, ja dag! Te ver, geen zin. Dat het zwerfafval gemaakt wordt van materialen die niet door de natuur worden afgebroken en dat een winkelwagentje echt niet uit zichzelf terugrolt, is niet de zorg van de rommelmakers.

In een eerdere column voor de regiokrant IJssel en Lekstreek heb ik al eens geschreven over de nieuwbouw binnen onze Capelse gemeente en de zorgen die bewoners hierover uiten. Is er straks nog ruimte voor mensen die gebruik maken van een sociale huurwoning? En hoe zit het met de starters op de woningmarkt, is er aan gedacht dat ook zij betaalbare woonruimte nodig hebben?

Van nature ben ik een cijferfetisjist of, simpeler gezegd, een cijfervreter. Dat het schrijfvirus mij jaren geleden te pakken kreeg was dus een wonder. Om me te ontwikkelen tot een goed columnist moest ik mijn taalkennis flink oppoetsen. Hoe zat het ook alweer met die akelige d en dt? Ook merkte ik dat ik woorden of gezegden verkeerd gebruikte. Nu, jaren later, worden al mijn teksten nog steeds nagekeken door een vriendin die beschikt over héél véél geduld.

De voorjaarsvakantie is voorbij en wat hebben we geboft! De koude periode van enkele weken geleden maakte ruim plaats voor prachtig lenteweer. In de tuinen schoten de voorjaarsbloeiers uit de grond en op straat klonk het vrolijke geluid van spelende kinderen. Als we niet in een coronacrisis zaten was de vakantie perfect geweest. Toch is er op COVID gebied ook goed nieuws. De kappers zijn weer open, scholen ontvangen weer leerlingen en onze gemeente heeft aangekondigd dat het vaccineren op donderdag 18 maart van start gaat.

Al jaren heb ik de grote wens om elke dag te besteden aan het schrijven van columns en verhalen. Zonder afhankelijk te zijn van een werkgever voor de broodnodige inkomsten. Helaas, roem laat op zich wachten dus schik ik me naar de tijd die ik wel heb om mijn hersenspinsels uit te typen. Tussen de regels door dromende dat ik ooit de loterij win. Of een gouden vondst doe in een kringloopwinkel die ik vervolgens met een enorme winst verkoop op de TEFAF.

De eerste column die ik voor deze krant schreef had als onderwerp de huisvesting van onze nieuwbakken burgervader. Weet u nog? De burgemeester kon na zijn aantreden maar geen woning vinden in onze prachtige stad. Dat probleem is intussen al lang getackeld dus kunnen we de hele kwestie beschouwen als afgedaan. Waarom dan oprakelen?

In navolging van de Koperwiek heeft nu ook winkelcentrum de Picasso Passage, beter bekend als de Scholver, een nieuwe uitstraling gekregen. Zowel de hoofdingang als de winkelpuien zijn voorzien van een eigentijdse allure wat het geheel een stuk aantrekkelijker maakt voor het winkelend publiek. Intussen is Capelle al geruime tijd bezig zijn oude jas af te schudden om een actuelere aan te trekken. Het Schollebos gaat na ruim 40 jaar op de schop, de Rivierweg-Midden en de parkeerplaats bij het Gemeentehuis worden opnieuw ingericht en op woongebied zitten de ontwikkelaars ook niet stil.

Hoe was uw oud en nieuw? De mijne was een ramp! Nou ja, qua oliebollen bakken dan. Door al die coronamaatregelen had ik het erop gewaagd het oudejaarsgebak zelf te bereiden. Zwaar misvormd en zwart geblakerd kwamen ze uit de frituur. Dat doe ik nóóit meer. Verder verliep de oudejaarsviering volgens traditie. Vlak voor klokslag twaalf heb ik mijn goede voornemens doorgenomen en meteen tenietgedaan. Na de bimbam en de proost!, was het tijd om mijn familie en vrienden een gelukkig nieuwjaar toe te wensen. Veilig via de app natuurlijk. Dat brengt me erop u eveneens veel gezondheid en voorspoed toe te wensen voor het jaar dat nog fris voor ons ligt. Met de komst van het coronavaccin een hoopvol jaar. Als het meezit kunnen we binnenkort weer gewoon boodschappen doen en knuffelen! ‘t Zal in het begin best vreemd aanvoelen die nieuw verworven vrijheid, maar o, wat kijken we ernaar uit!

Als 15-jarige had ik een droom: na mijn verjaardag wilde ik een brommer. Zo'n stoere 'jongens' brommer als een Yamaha of Zündapp. Vonden mijn ouders geen goed idee maar verder lieten ze me lekker fantaseren. Ieder mens moet leren van zijn eigen fouten, zullen ze gedacht hebben.

Oké, dit is niet de tijd om tegen u aan te zeuren. Nee, we hebben het al druk genoeg met alle gevolgen van het coronavirus en het overige nieuws is ook geen reden tot vreugde. Neem alleen al een paar feiten die zich kortgeleden in onze regio afspeelden: twee tieners aangehouden voor een steekpartij in de Vilmos Huszarstraat; jongeren slaan en schoppen een man in Fluiterlaan; in de omgeving van de Wiekslag heeft een pyromaan toegeslagen. Waarom deze mensen overgaan tot gewelddadigheden, lijkt me voer voor psychologen. Ja, ik kan wel een persoonlijke bespiegeling neerschrijven of net als alle specialisten op tv: 'Wat als?', vragen stellen, maar wat schiet ik ermee op? Wat als, leidt tot een oeverloos gezwam over een vraag die te laat is.

In mijn gang hangen twee houten schaatsjes van toen ik een jaar of vijf was. Ze herinneren aan de tijd dat ik samen met mijn zus schaatslessen kreeg van mijn vader – hangend achter een stoel die hij aan de leuning rechtop hield. Mijn zus had de slag op een gegeven moment te pakken, ik niet. Ook lang nadat ik mijn vader als leraar had ingeruild voor een tienerliefde waarmee ik naar de Ton Menken ijsbaan ging, lag ik meer op het ijs dan dat ik stond.

Heeft u de tv-serie 'De erfgenaam' gezien? Nee? Korte uitleg: in deze tv-serie gaat presentator Ruben Nicolai op zoek naar erfgenamen van nooit opgeëiste nalatenschappen. Vaak werden tijdens deze zoektochten bijzondere familiegeschiedenissen verteld. Vanaf aflevering één dacht ik, dat is een mooie bijbaan voor mij: erfgenamenonderzoeker! Ik ben dol op raadsels! Helaas, geen vacatures te vinden. Toch kwam er een speurwerkje op mijn pad.

Diep verscholen in de Belgische Ardennen ligt het dorp Redu. Eens was dit een pittoresk dorp waar toeristen voorbijreden. Daar is in de loop van de tijd verandering in gekomen nadat inwoners zich gingen specialiseren in de verkoop van boeken. Al snel kwam er bewegwijzering waarop Redu werd aangeprezen als 'Village du Livre', oftewel: Boekendorp.

Vroeger was alles duidelijk. Aanzetten tot geweld was fout, feestjes geven in tijden van crisis haalde niemand in zijn hoofd en het weer deed wat er verwacht werd. De lente was fris, de zomer aangenaam, de herfst regenachtig en de winter, koud hè! Tegenwoordig kunnen we rustig spreken van één lange zomer met tussendoor een regenperiode.

Mijn ouderlijk huis was gelegen aan een lange straat in Rotterdam – de Electroweg. Om de voordeur van ons huis te bereiken moesten we eerst door een boogportiek. Eenmaal binnen was er een lange smalle gang die drie keuzes bood. Rechtuit was de keuken, daarvoor twee deuren die toegang verleenden naar een slaapkamer en een woonkamer met balkon en tuin. Opa's domein. Vanwege het woningtekort woonde ik samen met mijn ouders en zus op de slaapverdieping die mijn vader had omgetoverd tot een klein appartement. Even verderop in de straat zat een winkel uitgerust in de stijl van Ot en Sien.

Enkele weken geleden kwam hij in mijn leven: Meneer Muis. Of was het mevrouw? Geen idee. Om de een of andere onverklaarbare reden lag 'meneer' lekkerder in mijn gehoor, dus hield ik het op een muis van het mannelijk geslacht. Eerst zag ik alleen zijn pootjes die zich vastklemden aan een net ontluikende bloem van mijn Hortensia waarna – plop! – zijn kopje volgde. Het leek op een afbeelding uit een sprookje, muis op zoek naar zonlicht of zoiets.

Er zijn van die woorden die je jarenlang niet hoort om daarna opnieuw hun opmars te maken. Zo hoorde ik pas iemand zeggen: 'Ik ga naar de ijscoman.' Gelijk schoot ik terug in de tijd. Ik moet een jaar of vijf geweest zijn toen in de zomer de ijscoman dagelijks zijn opwachting maakte in de straat waar ik opgroeide.

Ik merk dat ik Google steeds leuker vind om iets op te zoeken. Zo was ik afgelopen week op zoek naar een Yogaschool waarbij het mij terloops opviel hoe sportief Capellenaren zijn. Googelt u maar eens op 'sport Capelle' en lange lijsten met clubs, verenigingen en sportscholen vullen het beeld.

Rotterdam heeft het: een skyline om te zoenen. Maar wij hebben ze! Bekende Nederlanders die graag in onze groene gemeente hun bedje spreiden. Gelezen? De nieuwste aanwinst is de populaire zangeres en youtuber Davina Michelle.

Jaren geleden bezocht ik de Capelse manege aan de Bermweg. Niet dat ik paardrijd. Ik ben zo'n geval dat aan de ene kant van het paard erop klimt om er gelijk aan de andere kant vanaf te storten. Intussen uitgelachen door de omstanders natuurlijk. Niets zo leuk als schaamteloos genieten van andermans leed. Of lachten ze me toe? Geen idee. Mijn paardrijprobeersels stammen uit de tijd van de lagere school dus mogelijk zijn de herinneringen daaraan ingekleurd door de tijd.

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.