Mijn ouderlijk huis was gelegen aan een lange straat in Rotterdam – de Electroweg. Om de voordeur van ons huis te bereiken moesten we eerst door een boogportiek. Eenmaal binnen was er een lange smalle gang die drie keuzes bood. Rechtuit was de keuken, daarvoor twee deuren die toegang verleenden naar een slaapkamer en een woonkamer met balkon en tuin. Opa's domein. Vanwege het woningtekort woonde ik samen met mijn ouders en zus op de slaapverdieping die mijn vader had omgetoverd tot een klein appartement. Even verderop in de straat zat een winkel uitgerust in de stijl van Ot en Sien. De minisupermarkt, gerund door opa en oma Spek, leverde niet alleen levensmiddelen. Eigenlijk waren de 'Spekkies' de voorlopers van de huidige therapeuten. Van alle buurtbewoners hoorden ze de ach en weetjes geduldig aan. Nog een stukje verder in de straat ging ik naar kleuterschool. Laatst zag ik dat na al die jaren er nog steeds kinderen over de drempel hollen.
Ik moest aan mijn oude buurt denken nadat ik gelezen had over de verkiezing 'Gouden IJsselsteen' 2020. De Gouden IJsselsteen verwijst naar een kleine gele baksteen die vroeger werd gebruikt voor de bouw van huizen, kerken en kloosters. Een typisch en historisch Capels product. Met de verkiezing 'Gouden IJsselsteen' beogen de initiatiefnemers dat wij Capellenaren trots zijn en blijven op de omgevingskwaliteit van onze stad. Daarom mochten wij kortgeleden stemmen op bouwprojecten die wij mooi vinden. Helaas waren de winnaars tijdens het schrijven van deze column nog niet bekend maar intussen heeft u het vast gelezen*.
De straat waar ik opgroeide was opgetrokken uit grauwe bakstenen met als enige versiering een betonnen ornament boven elk portiek. Maakt niet uit. Het belangrijkste is dat ik er happy was. Dat is denk ik de grootste prijs die een architect kan winnen met zijn creatie, gelukkige gebruikers!

 
*De winnaars van de juryprijzen zijn De Groene Oase's-Gravenweg 186Bermweg 374 en Freesiastraat 1.
 

Enkele weken geleden kwam hij in mijn leven: Meneer Muis. Of was het mevrouw? Geen idee. Om de een of andere onverklaarbare reden lag 'meneer' lekkerder in mijn gehoor, dus hield ik het op een muis van het mannelijk geslacht. Eerst zag ik alleen zijn pootjes die zich vastklemden aan een net ontluikende bloem van mijn Hortensia waarna – plop! – zijn kopje volgde. Het leek op een afbeelding uit een sprookje, muis op zoek naar zonlicht of zoiets.

Er zijn van die woorden die je jarenlang niet hoort om daarna opnieuw hun opmars te maken. Zo hoorde ik pas iemand zeggen: 'Ik ga naar de ijscoman.' Gelijk schoot ik terug in de tijd. Ik moet een jaar of vijf geweest zijn toen in de zomer de ijscoman dagelijks zijn opwachting maakte in de straat waar ik opgroeide.

Ik merk dat ik Google steeds leuker vind om iets op te zoeken. Zo was ik afgelopen week op zoek naar een Yogaschool waarbij het mij terloops opviel hoe sportief Capellenaren zijn. Googelt u maar eens op 'sport Capelle' en lange lijsten met clubs, verenigingen en sportscholen vullen het beeld.

Rotterdam heeft het: een skyline om te zoenen. Maar wij hebben ze! Bekende Nederlanders die graag in onze groene gemeente hun bedje spreiden. Gelezen? De nieuwste aanwinst is de populaire zangeres en youtuber Davina Michelle.

Jaren geleden bezocht ik de Capelse manege aan de Bermweg. Niet dat ik paardrijd. Ik ben zo'n geval dat aan de ene kant van het paard erop klimt om er gelijk aan de andere kant vanaf te storten. Intussen uitgelachen door de omstanders natuurlijk. Niets zo leuk als schaamteloos genieten van andermans leed. Of lachten ze me toe? Geen idee. Mijn paardrijprobeersels stammen uit de tijd van de lagere school dus mogelijk zijn de herinneringen daaraan ingekleurd door de tijd.

Hoewel ik verzot ben op pumps met méga hoge hakken, loop ik tegenwoordig op schoenen die gerust plat genoemd mogen worden. Nou ja, niet op feesten natuurlijk. Daarvoor duik ik met liefde in de donkere krochten van mijn schoenenpark om een stel heipalen op te vissen. Onder een partydress horen nou eenmaal partyschoenen, toch? Goed, hoe kom ik erop u dit te schrijven? 

Oké, op papier is-ie van Rotterdam. Toch beschouw ik de Van Brienenoordbrug ook als de brug naar mijn huis. Vooral als ik er in het donker overheen rij kan ik enorm genieten van de skyline van de grote stad, om vervolgens de afrit naar de Abram van Rijckevorselweg af te zoeven naar het groene Capelle.

De zomer is begonnen, en hoe! Meteen hadden we een paar snikhete dagen te pakken! Dan is het toch wel fijn in een gemeente te wonen die omringd wordt door natuur. Lekker verkoeling zoeken langs de IJssel. Of op de fiets door het Schollebos, over de ’s Gravenweg naar Park Hitland – precies op de grens met onze buurgemeente. Zeker nu binnenkort de schoolvakanties starten en mijn buitenlandvakantie nog steeds niet zeker is. Ik weet niet of u een vliegvakantie in de planning heeft maar de mijne is intussen driemaal omgeboekt waarna het gewenste hotel zijn deuren gesloten heeft … dus ga ik wel of niet? Echt, die toeristenbranche maakt er een dolle boel van. Enfin, er zijn ergere dingen die mij kunnen gebeuren tijdens het coronatijdperk.

Langzaam krabbelen we weer op uit de coronamisère. De terrasjes zijn weer open evenals het Isala Theater en, ook belangrijk, we kunnen weer trouwen in aanwezigheid van onze familie en vrienden. Nu is het wachten op de rapporten die, met de kennis van nu, vertellen wat er goed en minder goed is gegaan in ons land tijdens de coronaperiode.

Irado loopt achter met het ophalen van grofvuil. Dat las ik in de krant. Nu moet ik eerlijk zeggen dat berichtje was niet echt nodig geweest. Nee, ik hoef maar naar buiten te kijken om te zien dat de troep op straat zich ophoopt. U begrijpt, ik chargeer. Een beetje. Maar ach, eigenlijk snap ik die afvallozers wel. Ja, als je eenmaal aan het opruimen bent dan wil je ook écht opruimen en niet in een of ander kamertje constant tegen stapels troep aanlopen, toch?

Tijdschrift Onze Taal verzon iets leuks. Omdat wij dit jaar niet massaal naar de Costa’s kunnen afreizen, vroegen zij lezers bestaande stads- en landsnamen tot iets exotisch om te toveren. De fantasie van de inzenders was groot. Zo las ik creaties als: Verveeluwe, Vergiethoorn, Laptopland, Achtertuinesië en – tromgeroffel – Dakkapellen aan den IJssel. Nu weet ik niet wie onze oer-Hollandse stadsnaam zo verbasterd heeft, maar via deze weg bedankt! Door deze inzending staat onze stad op een prachtige, speciaal voor dit doel ontworpen landkaart.

Op de radio hoorde ik iemand klagen over verkeershufters. U kent ze wel, chauffeurs die zo’n ongelooflijke haast hebben dat ze overal voorrang nemen ook al hebben ze dat niet. Of van die mensen die nog net even door het rode licht rijden waardoor voetgangers de schrik van hun leven krijgen. Enfin, tijdens de tirade raakte ik afgeleid door een voorganger die met een slakkengangetje van 70 kilometer per uur over de snelweg tufte.

En van je hela hola houdt er de moed maar in… Ik dacht, laat ik deze column beginnen met een oorwurm uit een héél oude doos. Speciaal om ons wat op te vrolijken. Volgens mij hebben we dat intussen wel nodig want moesten we eerst nog gieren om de wc-rollenrage, naarmate de quarantainemaatregelen voortduren merk ik toch op dat de stemming bedrukter wordt. Ondanks onze bezorgdheid raken we het zat. Toch moeten we nog even. Dus wat gaat ons op de been houden? Bij mezelf merk ik dat het fantaseren over de periode ná de coronacrisis prima werkt. Vooral soezend in de lentezon verzin ik het ene ‘after’ sprookje na het andere.

Ik heb er altijd van gedroomd – een schilderij maken à la Rubens met van die lekkere vlezige mensen die zich totaal niet schamen voor een rolletje meer. Ik zag mezelf dan staan achter een schildersezel met in mijn hand een verfpalet vol zelfgemengde kleuren, op mijn hoofd zo’n kunstzinnige baret die de ‘oude’ schilders ook altijd ophebben. Het zonlicht zou mijn modellen net zo mooi belichten als te zien is op de schilderijen van William Turner of Margaretha Haverman. Ja, als je droomt moet je groots dromen, nietwaar? Helaas. Zoals Marco Borsato ons lang geleden al duidelijk maakte – de meeste dromen zijn bedrog. Al jaren ligt er op mijn kast een schetsblok te verstoffen. Dat komt omdat na twee mislukte verfstreken mijn perfectionistische ikkie zó geïrriteerd raakt dat papier en kwast linea recta verdwijnen naar de plek waar ik ze eerder vandaan haalde. En nu leest u de rustige versie. Geloof me, in het echt gaat het er een stuk minder braaf aan toe.

Ik had van de traditie nog nooit gehoord: de uitreiking van de Schollevaarse Kaars. Zal vast aan mij liggen want ik leef nu toch al dertien jaar in Schollevaar en deze festiviteit, georganiseerd door de Ontmoetingskerk, is daarna begonnen. Met het overhandigen van de kaars wordt jaarlijks extra aandacht besteed aan een Schollevaarder die zich op een bijzondere wijze heeft ingezet voor de wijk. Dit jaar mocht Kees Landman, geroemd om zijn vermogen tot samenwerken en zijn hulpvaardigheid, de kaars in ontvangst nemen. Via deze column, alsnog van harte gefeliciteerd!

Heerlijk vind ik het: wegdromen in een andere wereld. Gewoon een boek openslaan en mijn hersens beelden laten verzinnen bij het avontuur dat verteld wordt. Vaak is er dan ook niets zo teleurstellends als de verfilming van een boek. Want tovert mijn fantasie al lezend bij een personage een lang, knap en uiterst galant beeld, is-tie in de film ineens een smurf met rotte tanden.

Werd onze stad in 2015 nog uitgeroepen tot ‘groenste stad van Nederland’, nu meldt de Bomenstichting dat Capelle voor een uitdaging staat: verduurzamen, verdichten en vergroenen. Vergroenen? Kan de groenste nog groener worden? Of zat ik met mijn bedenkingen dicht op de waarheid? Laat ik mijn bezwaar even herhalen: een wedstrijd waarbij steden eerst moeten lappen voor deelname sluit gemeentes zonder budget uit. Dus hoezo de groenste? Misschien zijn Hoorn, Sneek of Kampen wel veel groener. Laat ik verder de oude koe in de sloot laten.

Ik geef de lange zomeravonden de schuld. Door al dat barbecueën en de talloze glazen Chardonnay, heeft mijn lijf een metamorfose van jewelste ondergaan. Buikje is BUIK geworden. U begrijpt, zo kan ik de feestdagen met nog meer eten, eten, eten, niet tegemoet treden. De boel moet strak getrokken worden en snel. Maar hoe? Voor wie net als ik regelmatig Capelle doorkruist weet dat onze stad vol zit met sportievelingen. Joggers en nordic walkers, je breekt je nek er zowat over.

Oktober was dé maand van de geschiedenis. Totaal aan me voorbij gegaan. Niets over dit geschiedenisevenement gehoord of gelezen tot ik een gratis tijdschrift zag liggen in een boekenwinkel. Eigenlijk is dit stukje dus te laat. Toch neem ik de vrijheid terug te blikken op een paar kwesties die toen met nu verbinden. Neem de discussies over het verwijderen van bepaalde namen uit het straatbeeld omdat de helden van toen nu worden gezien als barbaren. Het Plakkaat van Verlatinghe (onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden) uit 1581 was volop in het nieuws nadat Thierry Baudet in zijn college ‘vaderlandse historie’ deze verwarde met het verdrag van de Vrede van Münster (1648). U hebt er vast over gelezen, de stuurlieden buitelden over elkaar.

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.