Hoe was uw oud en nieuw? De mijne was een ramp! Nou ja, qua oliebollen bakken dan. Door al die coronamaatregelen had ik het erop gewaagd het oudejaarsgebak zelf te bereiden. Zwaar misvormd en zwart geblakerd kwamen ze uit de frituur. Dat doe ik nóóit meer. Verder verliep de oudejaarsviering volgens traditie. Vlak voor klokslag twaalf heb ik mijn goede voornemens doorgenomen en meteen tenietgedaan. Na de bimbam en de proost!, was het tijd om mijn familie en vrienden een gelukkig nieuwjaar toe te wensen. Veilig via de app natuurlijk. Dat brengt me erop u eveneens veel gezondheid en voorspoed toe te wensen voor het jaar dat nog fris voor ons ligt. Met de komst van het coronavaccin een hoopvol jaar. Als het meezit kunnen we binnenkort weer gewoon boodschappen doen en knuffelen! ‘t Zal in het begin best vreemd aanvoelen die nieuw verworven vrijheid, maar o, wat kijken we ernaar uit!

Oké, dit is niet de tijd om tegen u aan te zeuren. Nee, we hebben het al druk genoeg met alle gevolgen van het coronavirus en het overige nieuws is ook geen reden tot vreugde. Neem alleen al een paar feiten die zich kortgeleden in onze regio afspeelden: twee tieners aangehouden voor een steekpartij in de Vilmos Huszarstraat; jongeren slaan en schoppen een man in Fluiterlaan; in de omgeving van de Wiekslag heeft een pyromaan toegeslagen. Waarom deze mensen overgaan tot gewelddadigheden, lijkt me voer voor psychologen. Ja, ik kan wel een persoonlijke bespiegeling neerschrijven of net als alle specialisten op tv: 'Wat als?', vragen stellen, maar wat schiet ik ermee op? Wat als, leidt tot een oeverloos gezwam over een vraag die te laat is.

In mijn gang hangen twee houten schaatsjes van toen ik een jaar of vijf was. Ze herinneren aan de tijd dat ik samen met mijn zus schaatslessen kreeg van mijn vader – hangend achter een stoel die hij aan de leuning rechtop hield. Mijn zus had de slag op een gegeven moment te pakken, ik niet. Ook lang nadat ik mijn vader als leraar had ingeruild voor een tienerliefde waarmee ik naar de Ton Menken ijsbaan ging, lag ik meer op het ijs dan dat ik stond.

Heeft u de tv-serie 'De erfgenaam' gezien? Nee? Korte uitleg: in deze tv-serie gaat presentator Ruben Nicolai op zoek naar erfgenamen van nooit opgeëiste nalatenschappen. Vaak werden tijdens deze zoektochten bijzondere familiegeschiedenissen verteld. Vanaf aflevering één dacht ik, dat is een mooie bijbaan voor mij: erfgenamenonderzoeker! Ik ben dol op raadsels! Helaas, geen vacatures te vinden. Toch kwam er een speurwerkje op mijn pad.

Diep verscholen in de Belgische Ardennen ligt het dorp Redu. Eens was dit een pittoresk dorp waar toeristen voorbijreden. Daar is in de loop van de tijd verandering in gekomen nadat inwoners zich gingen specialiseren in de verkoop van boeken. Al snel kwam er bewegwijzering waarop Redu werd aangeprezen als 'Village du Livre', oftewel: Boekendorp.

Vroeger was alles duidelijk. Aanzetten tot geweld was fout, feestjes geven in tijden van crisis haalde niemand in zijn hoofd en het weer deed wat er verwacht werd. De lente was fris, de zomer aangenaam, de herfst regenachtig en de winter, koud hè! Tegenwoordig kunnen we rustig spreken van één lange zomer met tussendoor een regenperiode.

Mijn ouderlijk huis was gelegen aan een lange straat in Rotterdam – de Electroweg. Om de voordeur van ons huis te bereiken moesten we eerst door een boogportiek. Eenmaal binnen was er een lange smalle gang die drie keuzes bood. Rechtuit was de keuken, daarvoor twee deuren die toegang verleenden naar een slaapkamer en een woonkamer met balkon en tuin. Opa's domein. Vanwege het woningtekort woonde ik samen met mijn ouders en zus op de slaapverdieping die mijn vader had omgetoverd tot een klein appartement. Even verderop in de straat zat een winkel uitgerust in de stijl van Ot en Sien.

Enkele weken geleden kwam hij in mijn leven: Meneer Muis. Of was het mevrouw? Geen idee. Om de een of andere onverklaarbare reden lag 'meneer' lekkerder in mijn gehoor, dus hield ik het op een muis van het mannelijk geslacht. Eerst zag ik alleen zijn pootjes die zich vastklemden aan een net ontluikende bloem van mijn Hortensia waarna – plop! – zijn kopje volgde. Het leek op een afbeelding uit een sprookje, muis op zoek naar zonlicht of zoiets.

Er zijn van die woorden die je jarenlang niet hoort om daarna opnieuw hun opmars te maken. Zo hoorde ik pas iemand zeggen: 'Ik ga naar de ijscoman.' Gelijk schoot ik terug in de tijd. Ik moet een jaar of vijf geweest zijn toen in de zomer de ijscoman dagelijks zijn opwachting maakte in de straat waar ik opgroeide.

Ik merk dat ik Google steeds leuker vind om iets op te zoeken. Zo was ik afgelopen week op zoek naar een Yogaschool waarbij het mij terloops opviel hoe sportief Capellenaren zijn. Googelt u maar eens op 'sport Capelle' en lange lijsten met clubs, verenigingen en sportscholen vullen het beeld.

Rotterdam heeft het: een skyline om te zoenen. Maar wij hebben ze! Bekende Nederlanders die graag in onze groene gemeente hun bedje spreiden. Gelezen? De nieuwste aanwinst is de populaire zangeres en youtuber Davina Michelle.

Jaren geleden bezocht ik de Capelse manege aan de Bermweg. Niet dat ik paardrijd. Ik ben zo'n geval dat aan de ene kant van het paard erop klimt om er gelijk aan de andere kant vanaf te storten. Intussen uitgelachen door de omstanders natuurlijk. Niets zo leuk als schaamteloos genieten van andermans leed. Of lachten ze me toe? Geen idee. Mijn paardrijprobeersels stammen uit de tijd van de lagere school dus mogelijk zijn de herinneringen daaraan ingekleurd door de tijd.

Hoewel ik verzot ben op pumps met méga hoge hakken, loop ik tegenwoordig op schoenen die gerust plat genoemd mogen worden. Nou ja, niet op feesten natuurlijk. Daarvoor duik ik met liefde in de donkere krochten van mijn schoenenpark om een stel heipalen op te vissen. Onder een partydress horen nou eenmaal partyschoenen, toch? Goed, hoe kom ik erop u dit te schrijven? 

Oké, op papier is-ie van Rotterdam. Toch beschouw ik de Van Brienenoordbrug ook als de brug naar mijn huis. Vooral als ik er in het donker overheen rij kan ik enorm genieten van de skyline van de grote stad, om vervolgens de afrit naar de Abram van Rijckevorselweg af te zoeven naar het groene Capelle.

De zomer is begonnen, en hoe! Meteen hadden we een paar snikhete dagen te pakken! Dan is het toch wel fijn in een gemeente te wonen die omringd wordt door natuur. Lekker verkoeling zoeken langs de IJssel. Of op de fiets door het Schollebos, over de ’s Gravenweg naar Park Hitland – precies op de grens met onze buurgemeente. Zeker nu binnenkort de schoolvakanties starten en mijn buitenlandvakantie nog steeds niet zeker is. Ik weet niet of u een vliegvakantie in de planning heeft maar de mijne is intussen driemaal omgeboekt waarna het gewenste hotel zijn deuren gesloten heeft … dus ga ik wel of niet? Echt, die toeristenbranche maakt er een dolle boel van. Enfin, er zijn ergere dingen die mij kunnen gebeuren tijdens het coronatijdperk.

Langzaam krabbelen we weer op uit de coronamisère. De terrasjes zijn weer open evenals het Isala Theater en, ook belangrijk, we kunnen weer trouwen in aanwezigheid van onze familie en vrienden. Nu is het wachten op de rapporten die, met de kennis van nu, vertellen wat er goed en minder goed is gegaan in ons land tijdens de coronaperiode.

Irado loopt achter met het ophalen van grofvuil. Dat las ik in de krant. Nu moet ik eerlijk zeggen dat berichtje was niet echt nodig geweest. Nee, ik hoef maar naar buiten te kijken om te zien dat de troep op straat zich ophoopt. U begrijpt, ik chargeer. Een beetje. Maar ach, eigenlijk snap ik die afvallozers wel. Ja, als je eenmaal aan het opruimen bent dan wil je ook écht opruimen en niet in een of ander kamertje constant tegen stapels troep aanlopen, toch?

Tijdschrift Onze Taal verzon iets leuks. Omdat wij dit jaar niet massaal naar de Costa’s kunnen afreizen, vroegen zij lezers bestaande stads- en landsnamen tot iets exotisch om te toveren. De fantasie van de inzenders was groot. Zo las ik creaties als: Verveeluwe, Vergiethoorn, Laptopland, Achtertuinesië en – tromgeroffel – Dakkapellen aan den IJssel. Nu weet ik niet wie onze oer-Hollandse stadsnaam zo verbasterd heeft, maar via deze weg bedankt! Door deze inzending staat onze stad op een prachtige, speciaal voor dit doel ontworpen landkaart.

Op de radio hoorde ik iemand klagen over verkeershufters. U kent ze wel, chauffeurs die zo’n ongelooflijke haast hebben dat ze overal voorrang nemen ook al hebben ze dat niet. Of van die mensen die nog net even door het rode licht rijden waardoor voetgangers de schrik van hun leven krijgen. Enfin, tijdens de tirade raakte ik afgeleid door een voorganger die met een slakkengangetje van 70 kilometer per uur over de snelweg tufte.

En van je hela hola houdt er de moed maar in… Ik dacht, laat ik deze column beginnen met een oorwurm uit een héél oude doos. Speciaal om ons wat op te vrolijken. Volgens mij hebben we dat intussen wel nodig want moesten we eerst nog gieren om de wc-rollenrage, naarmate de quarantainemaatregelen voortduren merk ik toch op dat de stemming bedrukter wordt. Ondanks onze bezorgdheid raken we het zat. Toch moeten we nog even. Dus wat gaat ons op de been houden? Bij mezelf merk ik dat het fantaseren over de periode ná de coronacrisis prima werkt. Vooral soezend in de lentezon verzin ik het ene ‘after’ sprookje na het andere.

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.