Het geluid van kerkklokken drong mijn woonkamer binnen. In een tempo passend bij een rustdag kleurde motregen de balkontegels donker. Ik besloot desondanks de fiets te pakken en naar nergens te gaan. Het werd geen lange tocht. Op tien minuten afstand van huis hoorde ik een sissend geluid. Een blik achterom maakte duidelijk dat de fietstocht veranderde in een wandeltocht. Zo kwam ik langs het volkstuinencomplex ‘Nut & Genoegen’, gelegen aan de rand van het Schollebos. In één van de tuinen zag ik een man driftig spitten. Zijn gekromde rug deed me denken aan mijn vader.

Tweemaal gedopt op z’n lekkerst.

Mijn ouders besloten na jarenlang een caravan te hebben gehad midden jaren 80 dat het tijd was voor iets nieuws. De caravan werd omgeruild voor een volkstuin waar mijn vader naar hartenlust kon tuinieren. Mijn moeder was vooral aanwezig voor de constante aanvoer van drinken en eten. Nooit sla of andijvie uit eigen tuin. ‘Er zitten vast wormen in,’ was haar argument. Ik had dezelfde angst. We waren dus maar wat blij dat de bladgroenten wel gretig aftrek vonden bij de buren. De vruchten van de oude Gieser Wildeman perenboom verdwenen wel in haar pan om er na úren stoven prachtig rood en heerlijk geurend weer uit te komen. Andere favoriet was de tuinboon. Tweemaal gedopt op z’n lekkerst.
Door de jaren heen veranderde onze tuin in een klein paradijs. Na de winter wachtten we vol ongeduld op 1 april, de start van het nieuwe tuinseizoen. De passie die mijn vader had voor de natuur gaf hij door aan mij. Ik zou de dagen dat we samen allerhande tuinklusjes uitvoerden graag nog eens overdoen.
Met een hoofd vol herinneringen liep ik terug naar huis. In de verte kondigden kerkklokken de volgende dienst aan. Gaandeweg was het miezeren gestopt. Het beloofde nog een mooie lentemiddag te worden.

IJsselenLekstreek 3 april 2019

©Sophie Dijkgraaff