De herfstzon speelt met de bladeren van de grote eikenboom, aait even over de bol van het grijze engelenbeeldje dat jaren geleden op de sokkel naast de gedenksteen is geplaatst. De engel houdt met zijn handen De Heilige Schrift tegen zijn frêle verschijning aangedrukt. De papieren ogen van een klein meisje, voor eeuwig achter het glas van een fotolijstje gevangen, zijn gericht op de vrouw die roerloos tegenover haar staat. Ze hoeft hier niet te komen om aan haar dochter te denken. Ze hoeft de tekst, gebeiteld in marmer, niet te lezen om herinnerd te worden aan de waanzin die haar levenspad doorkruiste. Nog elke dag ziet ze haar meisje over het schoolplein weghuppelen. Dat ze toen, die ochtend voor het laatst afscheid namen, kon niemand vermoeden.

Vrijdagmiddag

Biecht

De wachtkamer is volledig wit gestuct met aan het plafond, tussen engeltjes die met bolle wangen een geluidloos trompetgeschal voortbrengen, een moderne lamp. Het felle licht dat wordt verspreid zorgt ervoor dat de ruimte ondanks het warme lenteweer, kil aanvoelt. Aan de muren hangen foto’s van het Friese landschap gedurende alle seizoenen. Jelle kijkt naar het tafereel waarop witte wieven overheersen. Het is hetzelfde beeld als wanneer hij op een vroege herfstmorgen vanuit zijn kamer over de weilanden kijkt – koeien ingesloten door alom voorbij trekkende mistflarden. Soms zijn nog net de poten te zien. Even lijkt het erop dat de razernij die hij al dagen voelt, afneemt. Tot zijn ogen de lege blik van zijn vader kruisen. Zou zijn vader ooit trots op hem zijn geweest? Liefde voor hem hebben gevoeld? De jongen neemt zijn vader op alsof hij de afstand tussen hen wil overbruggen. Iets van herkenning wil vinden

Vrijdagnamiddag

Ontmoeting

De geplette eierschalen prikken in zijn voet. Langzaam verspreidt de struif zich rond zijn voetzool – het eigeel klimt tussen zijn tenen omhoog. Gefascineerd door deze gewaarwording staart Jelle naar zijn voet tot hij wordt afgeleid door een luid gegil dat boven hem door de lucht snijdt. Het is de alarmroep een van grutto. Zou hij zojuist haar eieren vertrapt hebben? De jongen tilt zijn voet op en veegt de smurrie af aan het hoge gras. Een oranjetip vlindert boven de pinksterbloemen die zacht staan te wuiven in de wind. Alsof God ze aait. Maar is de God die de jongen elke zondag verplicht moet eren, hier wel?

Vrijdagavond

Ontmaskerd

Zijn de mannen al terug?’ Anita kijkt verontrust naar Sylvia die tegen het aanrecht aanleunt. Op het gasstel staan pannen waarvan de inhoud nog niet opgegeten is. Het is al ver voorbij etenstijd en hun beide dochters zijn nog niet thuis. Tom en Frans, de vaders van de meisjes, zijn eropuit gestuurd om ze te zoeken.
‘Ik begrijp er niets van. Dat die famkes zomaar weg blijven. Muoike Marie had ze wel horen zeggen dat ze even langs boer Jongstra wilde fietsen, maar die heb ik opgebeld, ze zijn er niet geweest.’
‘O, ik hoor wat. Ja, daar is Frans.’

Langzaam plakt de sneeuwvlok tegen het raam. Ik kijk toe hoe de smetteloos witte substantie zich omvormt tot waterdruppel en met achterlating van een streep de vensterbank bereikt. Buiten hoor ik vrolijke kinderstemmen. De school is net uitgegaan, constateer ik na een blik op de klok. Met een plof raakt een sneeuwbal mijn raam. Twee jongens hollen weg, voetstappen achterlatend in het landschap dat vannacht is veranderd in een sprookjesachtig beeld zoals vaak op kerstkaarten weergegeven. Alleen de rendieren ontbreken nog. 

Door het vensterkozijn omlijst ligt de straat als een schilderij voor haar. De donkere nacht, die haar wederom geen dromen heeft geschonken, geeft zich over aan de opkomende zon die de straatverlichting in een vast ritme één voor één uitknipt. Een nieuwe werkdag wacht op de mensen die nu nog druk zijn met douchen en ontbijten.

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.