Vrijdagavond

Ontmaskerd

Zijn de mannen al terug?’ Anita kijkt verontrust naar Sylvia die tegen het aanrecht aanleunt. Op het gasstel staan pannen waarvan de inhoud nog niet opgegeten is. Het is al ver voorbij etenstijd en hun beide dochters zijn nog niet thuis. Tom en Frans, de vaders van de meisjes, zijn eropuit gestuurd om ze te zoeken.
‘Ik begrijp er niets van. Dat die famkes zomaar weg blijven. Muoike Marie had ze wel horen zeggen dat ze even langs boer Jongstra wilde fietsen, maar die heb ik opgebeld, ze zijn er niet geweest.’
‘O, ik hoor wat. Ja, daar is Frans.’

Frans loopt met grote passen de keuken in, de spanning is van zijn gezicht af te lezen.
‘En, hebben jullie ze gevonden? Komen ze eraan?’ Anita struikelt over haar eigen woorden. Tegelijk vraagt Sylvia waar haar man is. Frans schudt zijn hoofd. Met een bezorgd gezicht kijkt hij naar zijn vrouw.
‘Nee Aniet, we zijn voor de zekerheid toch nog even langs Jongstra gelopen, niets te zien. Ik kom even vertellen dat Tom naar de politie is. Ik ga met wat mannen van de buurt verder zoeken. We lopen de wegen af richting Leeuwarden. Waar zitten die verdraaide famkes toch? Dit is niets voor hen.’
Ze horen de voordeur opengaan.
Tom stapt met een politieagent binnen. Zonder begroeting sluiten ze zich aan bij de drie.
‘Dit is agent Dijkstra, hij gaat ons helpen zoeken. Frans is het jou nog gelukt wat mannen bij elkaar te zoeken om ons te helpen?’
‘Ja, als het goed is staan er zes klaar op de Botersloot. We willen de wegen richting Leeuwarden af lopen. Wat denk jij?’
‘Prima idee, loop ik met Dijkstra en Bongersma de andere kant op.’
‘Bongersma? De vader van Jelle? Wat moet je nou met hem? Ik vind die Jelle zo’n rare snuiter.’ Anita kan de walging die ze voelt niet buitensluiten. Het hele idee dat de vader van deze vreemde jongen meehelpt bij het vinden van haar dochter, maakt haar onrustig.
‘Alles om die twee famkes te vinden Aniet. Zet die weerzin maar even van je af.’
‘Ja, je hebt gelijk.’
Sylvia slaat een arm om haar vriendin. Zachtjes fluistert ze: ‘Het komt wel goed. Straks lopen die twee duiveltjes binnen en zijn we deze hele kwestie zo weer vergeten.’
‘Nou, zo, kun je wel vergeten,’ Frans kijkt onrustig om zich heen, ‘Ik weet dat die twee zich normaal voorbeeldig gedragen, maar hier komt Froukje niet zomaar mee weg.’
‘Zeg die Jelle,’agent Dijkstra kijkt nieuwsgierig naar Anita, ’Is dat die jongen waarvan men zegt dat-ie wasgoed van de waslijnen pikt? Meisjesondergoed?’
‘Ja, dat heb ik ook gehoord. Vreemd toch? Wat moet zo’n knaap daarmee?’
‘Tja, daar weet ik ook geen antwoord op. Ik ving het toevallig laatst op, van twee vrouwen, toen ik bij Bakkerij Sikkema stond te wachten.’
‘Kom we gaan.’ Tom drukt een vluchtige kus op de wang van Sylvia, daarna pakt hij zijn vest van de eetstoel en maakt aanstalten om te vertrekken. De andere mannen volgen zijn voorbeeld. Voor de buitendeur kijken Anita en Sylvia toe hoe het trio zich aan het einde van de Wouddijk opsplitst: Frans richting Botersloot, Tom en agent Dijkstra lopen over de Woudpoortbrug richting de Strobosserweg. Daar ontmoeten ze Jelle’s vader. Zodra er nieuws is hebben ze afgesproken elkaar te bellen.

De avondstilte valt zwaar over de Friese weilanden. Het enige geluid dat de stilte doorklieft, zijn de voetstappen van Tom, Bongersma en agent Dijkstra, Abe zoals Dijkstra heeft voorgesteld dat beide mannen hem noemen, op het asfalt. Een tegenvoorstel van Bongersma krijgt hij niet. Als ze haast op het punt komen waar de tochtsloot overgaat in een brede vaart staat Abe plots stil. Hij pakt Tom bij de arm.
‘Jullie wachten hier.’ Even wil Tom tegenstribbelen, maar van het gezicht van Abe is af te lezen dat hij niet met zich laat sollen. Tom en Bongersma achter zich latend stapt hij met grote passen door het hoge gras. Hij kent deze plek. Vroeger zag hij hier vaak een oude man vissen. Was dat niet de opa van die rare snuiter? Ja, nu herinnert hij zich het weer. Toen hij bij bakkerij Sikkema stond te wachten op zijn bestelling, een grote taart met een olifant erop, het lievelingsbeest van zijn jarige zoon, hadden die vrouwen het ook daarover. Waarom heeft Bongersma hierover onderweg niets gezegd? Alsof God een aanwijzing wil geven, trekken de wolken even voor de maan weg. Het vrijgekomen ijle licht straalt in een baan naar beneden, op een wit stukje stof. Ook Tom ziet het hoopje textiel. Net voor hij in het gras wil stappen buldert Abe: ‘Daar blijven Tom. Bongersma hou’m desnoods tegen!’ Abe voelt het angszweet op z’n voorhoofd. In het stukje stof herkent hij een meisjesonderbroek. Terwijl hij er naar grijpt, ziet hij twee blonde koppies, drijvend in het water van de tochtsloot.

Als Abe en zijn collega met zonsopgang aanbellen bij het huis van Bongersma, wordt er niet open gedaan. Volgens Bongersma, die intussen is afgevoerd naar het politiebureau, moet zijn vrouw thuis zijn. Waar zijn zoon is, weet hij niet.
‘Open doen!’ Abe dreunt op de deur en herhaalt zijn zin enkele malen.
‘Boven straalt licht door de gordijnen!’ Zijn collega staat in de tuin naar boven te turen.
‘Politie, open doen!’ Siebe, Abe’s collega schreeuwt tegen een leeg venster.
‘Oké, genoeg nu. Weg daar Abe!’
Siebe neemt een aanloop en trapt in één keer de voordeur van huize Bongersma open. In de keuken zien ze hem. Jelle zit apathisch ineengedoken op de vloer. Dezelfde plek als waar zijn moeder hem uren eerder heeft achtergelaten. Als ze de jongen helpen op te staan zien ze dat zijn gezicht bont en blauw geslagen is. Abe en Siebe kunnen alleen maar gissen naar de oorzaak – als ze de jongen erop aanspreken, zwijgt hij.
Gelijk nadat ze gedrieën rond de eettafel hebben plaatsgenomen, beginnen de agenten de jongen te ondervragen.
‘Jelle, wat heb je gisteren gedaan?’
Even hopen ze op een reactie van de jongen.
‘Ben je bij de tochtsloot geweest?’
De jongen houdt stoïcijns zijn mond.
‘Kom op Jelle, heb jij gisterenmiddag twee meisjes gezien? Die van de Wouddijk. Froukje en Geesje, je kent ze vast wel. Toe Jelle!’ Wanhopig kijkt Abe de jongen aan.
De jongen kijkt wezenloos terug. In zijn hoofd maakt hij opnieuw mee wat er gebeurde toen hij gisteravond thuiskwam. Hij voelt de slaande handen van zijn moeder, op zijn gezicht, op zijn lijf. Hij voelt haar weerzin voor hem, haar warme tranen die over zijn handen rollen. Wat wilde hij haar graag gelukkig maken!
Abe dringt nog een keer bij de jongen aan: ‘Oké, als je blijft zwijgen, ga je met ons mee.’
Dan ziet Siebe uit de broekzak van de jongen een meisjesbroekje hangen. Hij pakt het en legt het voor de jongen neer.
‘Van jou, Jelle?’
De jongen kijkt naar de witte stof. Voor het eerst vallen de roosjes, die op het broekje zijn geborduurd, hem op. Een siddering trekt door zijn lichaam.
‘Nee hè Jelle, die heb je van Geesje meegenomen. De andere, van Froukje, hebben we al gevonden. Kom, je gaat met ons mee. We houden je aan voor de moord op Froukje Minnema en Geesje Nijdam.’
Jelle’s waanzinnige ogen kijken rond in de keuken. De jongen stelt zich het tafereel voor dat zich normaal, op deze plaats, op dit tijdstip afspeelt. Hij kan de lucht van gebakken eieren, spek en geroosterd brood haast ruiken. Lopend langs de trap naar de slaapkamers hoort hij opnieuw de stem van zijn moeder, vol minachting.
‘Nee, opi is jouw heit!’
Er is niemand om afscheid van te nemen.

 

Nawoord

De herfstzon speelt met de bladeren van de grote eikenboom, aait even over de bol van het grijze engelenbeeldje dat jaren geleden op de sokkel naast de gedenksteen is geplaatst. De engel houdt met zijn handen De Heilige Schrift tegen zijn frêle verschijning aangedrukt. De papieren ogen van een klein meisje, voor eeuwig achter het glas van een fotolijstje gevangen, zijn op mij gericht. Iedere keer als ik het graf van mijn pake en beppe bezoek, loop ik ook even langs het graf van één van de meisjes uit het verhaal dat u gelezen heeft. De woorden op haar gedenksteen: in waanzin gedood, hebben mij altijd doen afvragen wie zij was en wat leidde tot haar dood. Ondanks lang speuren op het internet heb ik geen antwoord gevonden.

Dit verhaal is gebaseerd op een ware gebeurtenis. De beweegredenen van de dader en alle namen zijn door mij verzonnen.

 

 
What do you want to do ?
New mail
 
What do you want to do ?
New mail
 
What do you want to do ?
New mail
 
What do you want to do ?
New mail
Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.