Voorjaarsvakantie. Alleen het woord al heeft iets lichts. Alsof het leven even op pauze mag en je toestemming krijgt om te lummelen. Niets hoeven, nergens naartoe, geen schema. Gewoon wat aanklooien, uit het raam staren, een kop thee die koud wordt omdat je hem vergeet.
Tenminste, dat is het idee.
“Wij gaan er op uit, Sophie,” zegt mijn vriend als we aan het ontbijt zitten. Zonder dat ik het wist, heeft hij een hotel geboekt in mijn favoriete vakantieland.
Ik moet even omschakelen. Van lummelen naar inpakken, van slow motion naar snelheid. Mijn hart zegt: Ja, avontuur! Mijn brein: Ik wilde zo graag even niets doen.
Na drie uur racen over de snelweg bereiken we een oase van rust en frisse lucht.
“Zullen we voor vanavond een tafeltje in het restaurant bij het hotel boeken?”
Dat idee spreekt me wel aan. Mijn vriend parkeert de auto en zoekt op internet het telefoonnummer van het hotel. Ik luister hoe hij zijn Franse taalknobbel in actie zet – ongelooflijk sexy.
Aan het einde van de middag arriveren we in het hotel. Na ons opgefrist te hebben – voor de gelegenheid ruil ik mijn dagelijkse kleding voor een feestelijke jurk en schoenen met heipalen eronder – melden we ons bij de maître van het restaurant
Al snel ontstaat er een woordenwisseling. Het gesprek gaat te snel; ik snap er niets van. Mijn vriend pakt zijn telefoon en graaft het nummer op dat hij had gebeld. Hij stamelt een excuus.
Ik kijk hem vragend aan.
“We moeten op zoek naar een ander restaurant,” zegt hij. “Ik heb het verkeerde nummer gebeld. Ze hebben hier geen plaats.”
Ik schiet in de lach. “Hoe kan dat?”
“Er zijn twee hotels met dezelfde naam.” Hij kijkt me beduusd aan. “De andere ligt tweehonderd kilometer verderop.”
We dachten stijlvol te dineren. Na lang zoeken – op schoenen die niet gemaakt zijn voor een avondwandeling – ploffen we neer in de enige eetgelegenheid die nog open is. Een uitspanning waar het interieur meer doet denken aan een sportkantine dan aan een romantisch toevluchtsoord.
Kaarslicht? Vergeet het. Zachte achtergrondmuziek? Alleen een radio die onafgebroken onzuivere rockmuziek uitbraakt. De geur van frituurvet hangt in de lucht, de houten stoelleuning drukt in mijn rug. Ik schop mijn schoenen uit. Dit wordt niks… denk ik.
Zodra ik een hap neem, word ik verrast: heerlijk. Mijn hoofd protesteert nog tegen het gebrek aan sfeer, maar mijn smaakpapillen juichen. Met elke hap vergeet ik de saaie omgeving iets meer. Juist dit soort onverwachte momenten maakt een vakantie geweldig. Misschien nog wel leuker dan lummelen. Al weet ik zeker: de volgende keer bel ik zelf.
© Sophie Dijkgraaff

