Ik hou best van een quickie, maar zo snel als de journalisten Thomas Erdbrink en Sander Schimmelpenninck het doen, ging me weer net iets te rap. In krap vijftig minuten jasten ze door Zweden voor het tv-programma Zweden Doen Het Anders. Op zoek naar de voor- en nadelen van de controversiële en onorthodoxe aanpak van de coronacrisis daar.

Jacques Klöters, u kent ’m wel, hij is al jaren presentator van het radioprogramma De Sandwich, heeft een Facebookpagina waarop hij elke dag een vraag stelt aan zijn volgers. Afgelopen week zoefde de vraag voorbij: hoe hebben je ouders elkaar leren kennen? Daar hoefde ik niet lang over na te denken.

Een van de eerste boeken die met mij mee verhuisde van mijn ouderlijk huis naar een piepklein appartement in het centrum van Rotterdam, was het Margriet kookboek. Volgens mijn moeder broodnodig om mezelf in leven te houden. Daar kon ik niet veel tegenin brengen, thuis oefenen was me nog nooit gelukt. Mijn moeder kon heerlijk koken, vooral haar draadjesvlees en stoofperen zijn nooit meer door iemand overtroffen, maar de enige bijdrage die ze van de rest van ons gezin tolereerde was: hap, slik, weg!

Ik moet een jaar of achttien geweest zijn toen ik voor het eerst op vliegvakantie ging – naar Zakynthos. Samen met mijn zus en nog twintig vrijgezelle jongelui, die ook wel zin hadden in zon, zee en strand. Nou, dat doel veranderde snel na aankomst.  Op de luchthaven stond bij aankomst een lange, blonde, superbruine man, type surfboy, die luisterde naar de naam Bo, op ons te wachten. Onze reisleider. Meteen vanaf de eerste kennismaking kon hij rekenen op een trouwe groep followers.

Toen ik klein was vroegen mensen mij wel eens: ‘Wat wil je later worden?’ Daar hoefde ik nooit lang over na te denken. Prinses natuurlijk! Ik zag dat helemaal voor me. Een glazen koets om mee naar school te gaan en haar à la Raponsje, zodat ook mijn prins daarlangs omhoog kon klimmen.

Best gek hè, die gewoontes die je gaandeweg het leven ontwikkelt. Zo merk ik dat ik steeds meer tegen mezelf ga praten – hardop. Waren het eerst nog korte krachttermen die iedereen er weleens uitgooit, langzaamaan ben ik overgestapt op hele zinnen als: ‘Eet smakelijk Sophie,’of ‘Nou, dat was lekker!’ Ook zo raar, dat praten gebeurt meestal als er eten in het spel is. Laat ik hier verder niet op ingaan. Voor ik het weet krijg ik trek en hup daar ga ik weer!

Mijn moeder had een tante. Tante Pietje. In tegenstelling tot wat haar naam suggereert was zij helemaal niet klein. Tante Pietje was een grote struise vrouw die ik, door de verhalen die ik gehoord heb, voor me zie als een soort van Erica Terpstra, gekleed in een bontjas met op haar hoofd een hoed waarop een megastrik om het geheel te flatteren. En stevige stappers. Want tante Pietje hield wel van een wandeling.

Taal is zeg maar echt mijn ding. Dat is de titel van het eerste boek dat Paulien Cornelisse publiceerde. Altijd als ik die zin lees plakken mijn gedachten het woord NIET tussen ‘echt’ en ‘mijn’. Best gek eigenlijk want tijdens het uitpluizen van mijn stamboom, trof ik veel voorouders die boeken hebben geschreven. Je zou dan denken, spellen zit je in het bloed. Nou, laat ik u uit de droom helpen. Foutloos Nederlands, ’t blijft lastig.

Hoera, ze zijn er weer! De zomerkoninkjes! Nu ik dat zo opschrijf, realiseer ik me ineens, dat is best een gekke bijnaam. Zomer is het nog lang niet. Ach, wat maakt het uit. Zolang ze rood en zoet zijn kunt u mij een portie komen brengen. Of beter, stuur ze op. Nu bij mij op visite komen lijkt me geen strak plan. Trouwens, weet u waar ze de lekkerste aardbeien verkopen? In de Belgische ‘wereldhoofdstad van de aardbei’ Wépion. Die titel heb ik niet verzonnen dat waren de Wépioners zelf. Ik denk maar zo, als je je niks verbeeldt ben je ook niks.

Als gevolg van de coronacrisis gooien bedrijven mijn inbox vol met berichten die mij loven omdat ik al dagen, maanden, jaren trouwe klant ben. Waarna gewéldige kortingen worden beloofd op mijn volgende aankoop. Zo ontving ik een aanbieding van een juwelier waar ik eerder echt geen karrenvrachten euro’s had ingeleverd. De enige klus die zij pasgeleden hebben geklaard was het simpelweg vervangen van het batterijtje van mijn horloge. À raison van tien euro. Tip: laat je datzelfde werkje uitvoeren tijdens je vakantie in Turkije sta je na betaling van hooguit drie euro weer buiten met een prima tikkend uurwerk. Maar ja, ook dat land is momenteel onbereikbaar en ik moest wat. Zonder blauwkleurig uurwerk is het leven niet te doen.

Soms voel ik me weer dat vragende kind hangend aan de hand van mijn moeder. Favoriet was het op zoek gaan naar het: ‘Waarom?’ Horendol werd mijn moeder er van. Mijn hersens niet. Tot op de dag van vandaag herhalen ze regelmatig die vraag woord. Zoals nadat ik het nieuwste, en naar mijn mening spuuglelijke, woord hoorde dat aan onze vocabulaire is toegevoegd: Woningsdag.

Voor me staat een godenmaal – spaghetti carbonara met héél veel spekjes. Zo fout als je zoals ik onvrijwillig een koolhydraatarm dieet volgt. Het enige excuus dat ik kan aanvoeren is dat ik samen met mijn Nina ‘op restaurant ben’, zoals de Belgen dat zeggen. U begrijpt, dit was voor de lockdown.

Na de chaos rondom de wc-rollen is er een nieuw probleem opgedoken: half Nederland wordt grijs. Qua haarkleur. Gelukkig ben ik gezegend met blonde haren en als ik de genen van mijn vader geërfd heb, blijft dat zo tot Magere Hein op mijn deur klopt. Ja sorry, wat kan ik daaraan doen? Of ik gedropt wilde worden op deze aardbol en hoe, is mij nooit gevraagd. Dan had ik wel een krullenbos besteld en niet dat steile haar dat nu uit mijn bol groeit.

En van je hela hola houd er de moed maar in… Ik dacht, laat ik deze column beginnen met een oorwurm uit een héél oude doos. Speciaal om ons wat op te vrolijken. Volgens mij hebben we dat na twee weken binnenblijven wel nodig. Was het eerst nog gieren om de wc-rollenrage, naarmate de quarantaine maatregelen voortduren merk ik toch op dat de stemming bedrukter wordt. Ondanks onze bezorgdheid raken we het zat.

De ramen zijn gesopt, de keuken en badkamer geboend, het balkon opgeruimd. Het gezegde van Willem van Hanegem ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel’ is nog nooit zo van toepassing geweest op mijn leven als nu. Jawel, die wijsheid komt echt van De Kromme en niet van Cruijff. Googel maar.

Ik had ook graag zo’n bankje willen hebben. Met in de armleuning een verborgen luikje voor het bewaren van geheimen. Gemaakt door mijn moeder, omdat ze wist dat ik worstelde met het leven. Met mezelf. Een bankje ontstaan uit liefde.

Het kan nog even – overdag scheuren over de Nederlandse snelwegen. Daarna moeten we van het kabinet 100 km per uur gaan rijden. Na over deze stikstofmaatregel gehoord te hebben dacht ik meteen, dan zal de politie wel extra gaan controleren. Niks zo moeilijk als nieuw gedrag aanleren. Niet dus. De Dienst Verkeerspolitie heeft daar de capaciteit niet voor. Dus passen we voor 8 miljoen, oh nee, 19 miljoen de snelheidsborden aan en verder bleef alles zoals het was.

Twee van de drie wintermaanden zijn voorbij en er is nog geen sneeuwvlok gevallen. Eigenlijk lijkt deze winter op een ellenlange herfstperiode waarin grijze dagen overheersen. Daarom toog ik onlangs met vrienden naar de Terp voor een beetje zon op m’n bord. Bestemming? Grieks restaurant Irodion. Voor de tweede keer door de lezers van het Griekenland Magazine gekozen als ‘Beste Griek’. Daarnaast won het restaurant een international Gold Award voor ‘Autentic Taste of Greece’ van de Griekse organisatie Greek Taste Beyond Borders. Of dit terecht was, wilden we wel even controleren.

Ik heb mooie herinneringen aan de Maastunnel. Ja echt, ook aan een dood ordinaire tunnel kun je met liefde terugdenken. Dat komt omdat ik in mijn jonge jaren regelmatig door de buizen heen zoefde naar en van de Dr. Daniel den Hoedkliniek. Op de achterbank met mijn moeder. Heen gespannen afwachtend op wat de dokter ging vertellen, terug in feestelijke stemming want ik was nog steeds ‘schoon’.

Wat hebben presentatrice Sonja Barend, zanger Khaled (vooral bekend door zijn hit: Aicha, Aicha écoute-moi) en schaatser Andries Kramer gemeen? Geen idee? Alle drie zijn geboren op een schrikkeldag. En dat is leuk. Want de namen van mensen die op deze dag geboren zijn worden tot het einde der tijden bijgeschreven in allerlei lijstjes die circuleren op internet. Je wordt dus nóóit vergeten. Als je bekend bent. Ben je onbekend, dan wordt je naam omgewisseld voor een cijfer en verdwijn je, met ruim 11 duizend andere schrikkeljarigen, als getal in de statistieken.

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.