De mens van tegenwoordig is leukdruk, gestrest of hangt op de bank met een burn-out. Sla de tijdschriften en kranten er maar op na. De één na de ander vertelt daarin over hoe hij-zij het allemaal anders gaat aanpakken, op zoek naar rust. Weg uit een wereld die altijd wel wat van je verwacht. On- en offline.

Op mijn werk was het jaren normaal om op je verjaardag toegezongen te worden door collega’s. Vreselijk. Vooral het uitgalmen van: “HOERA!HOERA!HOERA!”, waarbij de rechterarm de lucht in moest, vond ik uiterst gênant.

Laatst las ik: ga ook fit koken! Helaas kon ik het betreffende artikel niet meenemen, want het was onderdeel van een tijdschrift dat lag te wachten op aandacht in de wachtkamer van mijn tandarts die het blad weer geleend had van de Leesmap. En dan doe ik dat niet. Maar het hield me wel bezig, dat fit koken.

Eva Jinek is overgestapt naar de zender waar ik altijd na korte tijd verder zap. Toen dat nieuws me bereikte, dacht ik gelijk: “Die heeft ballen!” Ja, ze doet toch maar mooi wat velen van ons wel prediken, maar nooit in de praktijk brengen: je droom volgen. In haar geval de kans om haar late night talkshow verder uit te bouwen en daarnaast haar online platform – de plek waar zij al haar journalistieke en persoonlijke interesses wil delen met vooral jonge vrouwen – verder te ontwikkelen.

De producent die ons sinds 1753 van thee voorziet, heeft zichzelf een doel gesteld: theeleuten helpen een goed gesprek te voeren. Ik vraag me dan echt af, zijn we met z’n allen al zover afgegleden dat meneer Pick Wick ons daarvoor vragen aan de hand moet doen? En wie verzint die vragen?

Als er één leesteken is dat voor het merendeel ten onpas wordt gebruikt is dat een uitroepteken. Het toepassen van één uitroepteken na de mededeling: van harte gefeliciteerd!, snap ik. De afzender wil extra benadrukken hoe blij hij of zij is met het verjaren van de ontvanger. Het gaat fout als een omroep over het beeld laat rollen: Dit is een herhaling! U kunt niet meer bellen! Nou, nou, denk ik dan, dat was ik heus niet van plan. Dat deze zin voorbijkwam bij een reprise van het tv-programma Meldpunt!, zegt genoeg. Ze zijn daar blijkbaar dol op het leesteken.

‘Nou het is D.P.S.’ In de bus naar Rotterdam val ik middenin een gesprek tussen twee meiden. Tegenover elkaar gezeten delen ze hun laatste nieuwtjes. Op verveelde toon.

‘Wat zegt-ie? Hoerenwinkel?’ Mijn vriendin komt de woonkamer binnen. Ontzet kijkt ze naar de tv waarop het wekelijks vragenuurtje. ‘Welnee, dat zeggen ze toch niet in de Tweede Kamer. Het ging over een tabakswinkel!’, antwoord ik. ‘Nou, ik verstond toch echt hoerenwinkel. Kunnen we het terugkijken?’

Wereldschokkend nieuws was het niet. Sterker, het overlijden van Ian Gibbons, voormalig toetsenist van The Kinks, werd gemeld op een van de laatste pagina’s van de krant. Meteen na het bericht gelezen te hebben dacht ik aan een ander persoon: Lola! Al heeft de Engelse band wereldhits als Your Really Got Me, Set me Free en Sunny Afternoon voortgebracht, Lola is het succesnummer dat altijd als eerste in me opborrelt zodra de band ter sprake komt.

Ik heb er altijd van gedroomd, slapend rijk worden. Of beter, lanterfantend. Daar ben ik uitermate goed in. Het is ook de reden dat er dagenlang een krantenadvertentie op mijn werktafel lag die, vanwege de kop: CURSUS DAYTRADEN, om onderzoek vroeg. Voor degenen die de advertentie niet hebben gezien, de cursusleider, een vriendelijk ogende opa, stelt zich hierin voor als een vrijdenker, een man met passie en een dosis humor. Daarnaast heeft hij altijd trek in goed eten en een borrel. Zijn kwaliteiten en de geneugten van het leven deelt hij graag. Tegen betaling van € 475 – tweede persoon half geld – elke vrijdag in een hotel te Breukelen.

De hond staat stil, spreidt trappelend zijn achterpoten om vervolgens zijn poepgat richting aarde te brengen. Zijn staart doet me denken aan die van een varken. Ik volg de hondenblik over het kinderspeelveld. Zoekt hij privacy? Dat kan hij wel vergeten. Het beest bevindt zich op een terrein waar fietsers en auto’s langsrazen, het winkelend publiek voorbij wandelt en spelende kinderen in het klimrek hangen als bavianen. Is de hond beschaamd? Snapt de viervoeter, in tegenstelling tot zijn baas, het gebodsbord boven zijn kop wel? Nog voor ik de juiste antwoorden bij elkaar gepuzzeld heb, ontlast het beest zich. Zichtbaar blij rolt hij zijn staart uit en kwispelt vrolijk. Na een korte aanmaning: “Allez Duco”, wordt de hondenriem aangehaald, de gang naar ergens anders ingezet. Op de kinderweide blijft een verse hoop achter als voer voor een vliegenzwerm of kinderschoen.
’t Zal de toerist worst wezen.

Hebt u het gezien? Het daglicht is veranderd. Alsof er een dunne voile tussen de zon en moeder aarde is gekomen die de zomerse tinten absorbeert. Plotsklaps zijn we beland in de nazomer die ons onverbiddelijk klaarmaakt voor de herfst. Ik voel de blues al in me opborrelen.

Uit angst dat half Nederland over me heen rolt, durf ik deze column nauwelijks te publiceren. Nou ja, niet overdrijven. Door zoveel landgenoten wordt mijn werk niet gelezen. Dat kan ook niet. Tussen die acht miljoen mensen zitten er sowieso duizenden die aan de borst hangen, net leren lopen of weliswaar volwassen zijn, maar geen letter tot zich nemen. Nee, met wekelijks zes- tot zevenhonderd lezers mag ik zielsgelukkig zijn. Tot zover de zelfreflectie. Die best nuttig was. Nu durf ik ineens wel te schrijven wat ik eerder achterwege wilde laten. Laat ik het zo aanpakken dat mijn kritiek niet overkomt als afkraken. Ik ga het pad van de positieve psychologie betreden. Komt-ie.

Bewust heb ik deze column niet de titel ´Oud´meegegeven. Ja, ik ben me daar gek. Zodra het woord oud valt haken de meeste lezers af. Oud is in de ban gedaan. Of het moet gaan om rituelen als Kerst, dan kruipen we het liefst bij elkaar wachtend op de sneeuw die zelden valt. Oude bouwwerken zijn bij velen onder ons ook in trek. Uren brengen we door op de Acropolis, de Piramiden van Gizeh of de basilique du Sacré-Cœur waar we en passant een goede imitatie weggeven van een Japanse toerist.

In de metro tussen Rotterdam en Capelle is het een drukte van jewelste. De hitte die al dagen in de straten hangt, glipt met mij mee naar binnen. In de metrowagon hangt een mengeling van zweet en warme afhaalgerechten. En er zoemt een hommel. Hysterisch is hij op zoek naar een deur. Die hij vindt. Alleen is het niet de uitgang van de metro: de hommel staat plots oog in oog met Petrus. Een geïrriteerde passagier vermorzeld het vliegertje genadeloos met zijn krant.