“Ollie! Ollie! Wacht nou!”
Bij de naam Ollie verwacht ik een grote man. Zo’n gezellige dikkerd met een rood hoofd en een buikje waar je een biertje op kunt zetten. Als ik achteromkijk, zie ik een vrouw die tevergeefs een labradoodle van flink formaat in bedwang probeert te houden. Ollie heeft duidelijk andere plannen. Hij trekt aan de riem alsof er aan de overkant van de straat een gratis buffet klaarstaat. Zijn baasje zet alles op alles om hem tegen te houden.

Ik glimlach. Ooit liep ik zelf met zo’n hond aan de lijn. Ik was twaalf.

Onze buurvrouw had een labrador, Elros. Een grote hond met een glimmende bruine vacht en ogen die je eeuwige trouw beloofden. Omdat de buurvrouw al wat ouder was, lieten mijn zus en ik hem regelmatig uit. Zal vast een idee van mijn vader zijn geweest. Die had altijd wel een nieuw project voor ons. Jaren later, toen ik net op mezelf woonde, kwam ik thuis en trof ik daar twee jonge parkieten in een vogelkooi aan.
“Gekregen van de buren,” zei mijn vader. “Heb je iets om voor te zorgen.”
Vijf jaar lang had ik twee krijsende vogels in huis.
Maar goed, terug naar onze hondenuitlaatservice. Met Elros aan de lijn voelde ik me behoorlijk volwassen.
Kijk haar met die mooie hond.

Op een middag ging ik samen met de labrador mijn zus van school ophalen. Geen probleem, dacht ik. Tot we het schoolplein opliepen. Tussen tientallen kinderen, rennende benen en lawaai veranderde de rustige labrador in een hond met een missie. Zijn kop ging omhoog, zijn poten kwamen in beweging en de riem trok strak.

Ik hield de riem stevig vast. De hond gaf een ruk.
“Elros, stop!” schreeuwde ik. Iedereen luisterde behalve degene voor wie het bedoeld was. Die stoof verder. Ik probeerde hem bij te houden, maar verloor al snel mijn evenwicht. Elros sleurde me over het schoolplein, mijn schoenen schraapten over de tegels en mijn maillot scheurde. Om me heen keken verbaasde kinderen toe. 

Uiteindelijk kwam er een einde aan de rondleiding over het schoolplein. Met veel moeite kreeg ik de riem los. Geschrokken stond ik op. Nu was het zaak Elros weer te pakken te krijgen. Hoe dat precies ging, weet ik niet meer. Wat ik nog wel weet, is dat ik daarna heel anders naar honden keek. Niet als schattige dieren die je even uitlaat, maar als harige krachtpatsers aan een touwtje.

“Ollie!”

De stem van de vrouw brengt me terug naar het heden. De labradoodle staat inmiddels weer naast haar. Rustig. Alsof er niets is gebeurd.
Ik kijk naar zijn baasje. Zij kijkt naar mij.
“Hij is normaal heel rustig,” zegt ze.
Ik knik begrijpend.
Ollie werpt me een blik van verstandhouding toe, trekt nog één keer aan de riem en loopt dan braaf met haar mee.

Op mijn twaalfde dacht ik dat mensen honden uitlieten. Nu weet ik beter. 

© Sophie Dijkgraaff

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.