“Waar zullen we beginnen?” vraagt Nina.
Een week na haar vreemde droom lopen we tussen de wierook en edelstenen. Ik laat mijn blik door de hal dwalen. Een jonge vrouw zit met gesloten ogen tegenover een magnetiseur, die geconcentreerd met zijn handen boven haar schouders beweegt. We lopen verder en passeren een man die een pendel boven een schaaltje water houdt.
“Ik weet het niet hoor. Eerst koffie?
Nina kijkt me aan. “We zijn hier voor onze dromen.”
“Ja, maar mijn gevoel zegt eerst koffie. En mijn gevoel heeft altijd gelijk.”
Bij de koffiekraam blijkt dat mee te vallen. Pas als we de bekers aanpakken, zie ik op het etiket staan: mushroom mix. Geen cafeïneshot dus, maar vier functionele paddenstoelen die me deze ochtend door moeten helpen.
We lopen verder door de hal. Aan de muur hangen posters met teksten als Luister naar je innerlijke stem en Vertrouw op het universum. Tegeltjeswijsheden die ik op sociale media al vaak voorbij zie komen.
Nina geeft me een duwtje. “Daar!” Ze wijst naar een bord met de tekst: Droomuitleg.
We nemen plaats tegenover een vrouw met lange, grijze haren en een stapel kaarten.
“Waar kan ik jullie bij helpen?”
Nina haalt diep adem en begint aan haar verhaal. De helikopter, de wildvreemde man, de trouwring en de griezel met de zeis. De vrouw luistert aandachtig en knikt alsof Nina zojuist een normale vakantiedag heeft beschreven.
“De helikopter staat voor loslaten,” zegt ze.
“En de onbekende man?” vraagt Nina.
“Een nieuwe liefde.”
Nina trekt haar wenkbrauwen op. “Een nieuwe liefde? Dat lijkt me sterk. Ik heb al een partner.”
De vrouw kijkt even naar haar kaarten. “Dan staat hij misschien voor een nieuwe fase in jullie relatie.”
Nina gaat wat rechter zitten. “Welke fase?”
“Een verbintenis.”
Nina kijkt mij aan.
“Dat klinkt verdacht veel als een trouwring,” fluister ik. “Of een abonnement op de sportschool.”
De vrouw kijkt me ernstig aan. “En jij? Heb jij nog een droom gehad die om uitleg vraagt?”
Ik vertel over mijn reis naar een tropisch eiland, de uren vertraging en de aankomst. Overal bouwzand. Geen strand.
De vrouw sluit haar ogen. “Je verlangt naar vrijheid.”
Ik knik. Dat klinkt prettig.
“Maar er staat iets in de weg. Een verandering.”
Daar is hij weer: verandering. Volgens mij is dat op een spirituele beurs de oplossing voor alles.
Toch heeft de vrouw een punt. Sinds de nierdialyse is er genoeg veranderd. Mijn dagen draaien nu niet alleen om wat ik wil doen, maar ook om wanneer ik moet dialyseren.
“En het bouwzand?” vraag ik.
“Dat staat voor iets wat nog niet af is.”
Ook daar zit wat in. Zonder donor kan ik nog jaren moeten dialyseren.
Ik krijg een klein kristal in mijn hand gedrukt. “Dit kan je helpen loslaten.”
“Wat moet ik daarmee?”
“Draag het bij je.”
Ik stop het in mijn jaszak. Zo’n steentje kan vast geen kwaad.
Buiten halen we opgelucht adem.
“En?” vraagt Nina.
“Volgens mij weten we nu precies wat onze dromen betekenen.”
“Echt?”
“Jij gaat trouwen.”
Nina glimlacht.
We lopen naar de auto. Nina opent het portier.
“En als hij mij niet vraagt?”
Ik kijk haar aan. “Dan droom je vannacht gewoon dat je hem uit een helikopter duwt.”
Nina barst in lachen uit.
Bij het instappen voel ik het kristal in mijn jaszak. Misschien werkt het. Ik laat het voorlopig maar zitten.
©Sophie Dijkgraaff

