Sinds ik dialyseer, ben ik ontzettend moe. Dingen die vroeger vanzelfsprekend waren, kosten me tegenwoordig meer energie. Daarom vroeg ik eind mei bij de gemeente huishoudelijke hulp aan. Die werd toegekend: 110 minuten per week. Ruim anderhalf uur waarin ik het zwaardere werk uit handen kon geven.
De gemeente stuurde mijn aanvraag door naar een zorgaanbieder. De intake verliep vlot. Daarna bleef het stil. Eind augustus trok ik zelf aan de bel. Drie maanden leek me voldoende om een hulp te vinden die mijn huis op orde kon houden.
De week daarop zou er iemand komen. Ik had om negen uur gevraagd, de hulp kwam pas om tien uur, omdat ze eerst haar kind naar school moest brengen. Dat begreep ik.
Na zestig minuten stapte de hulp op haar fatbike en vertrok. Ik belde de gemeente. Die kon weinig voor me betekenen. Het advies was over te stappen naar een andere zorgverlener. Een nogal omslachtige oplossing.
Dus nam ik contact op met de zorgaanbieder. De medewerker zou het even uitzoeken. Veertig minuten heb ik in de wacht gehangen. Mijn energievoorraad was inmiddels aardig geslonken, zonder dat er ook maar één vloer was gedweild. Ik hing op en probeerde het opnieuw.
‘O, sorry, dat is niet de bedoeling,’ zei de telefoniste. Ik werd doorverbonden met de rayonmanager.
‘U krijgt geen 110 minuten.’
‘Nou, volgens de gemeente wel.’
Wat bleek? De zorgaanbieder had nieuwe klanten aangenomen, maar nog niet genoeg medewerkers om het werk uit te voeren.
Ik ben geen deskundige op het gebied van personeelsplanning. Zelf zou ik eerst personeel zoeken en dan pas nieuwe klanten aannemen.
Ik gaf de zorgaanbieder tot de volgende dag vijf uur de tijd om met een oplossing te komen. Anders stapte ik over naar een andere zorgverlener.
Om vijf voor vijf ging de telefoon.
De zorgaanbieder kon de toegekende 110 minuten toch leveren.
Eindelijk leek alles geregeld. De dinsdag erop zou de hulp komen.
Om halftien die ochtend ging de telefoon: ‘Ik ben een beetje later.’ Ik maakte me er niet druk om. Tijd bleek bij huishoudelijke hulp een rekbaar begrip. Vlak voor de volgende afspraak kreeg ik hetzelfde bericht. En afgelopen week: ‘Ik kom niet.’
Inmiddels is er een nieuwe hulp gevonden. Of ze op tijd komt, moet nog blijken.
Voorlopig heb ik bij mezelf een nieuw talent ontdekt: ik ben een kei in wachten.
© Sophie Dijkgraaff

