In de nacht van 7 november 2018 rinkelde de telefoon – op een tijdstip dat telefoons alleen maar slecht nieuws brengen.
Een verpleegkundige met een zachte stem vertelde dat mijn vader overleden was. Mijn vader – die ik de avond ervoor nog een welterustenzoen had gegeven, met de woorden: “Tot morgen!”
Die morgen kwam nooit.

Ik leerde mijn vader eenenzestig jaar geleden kennen. Althans, ik ging er maar van uit dat die grote blonde man die boven mijn wiegje gekke bekken trok, mijn papa was.

In mijn peutertijd was hij de gezelligste speelvader ooit, die letterlijk op handen en knieën voor ons ging. Mijn zus en ik zaten giechelend op zijn rug terwijl hij vrolijk door de woonkamer galoppeerde. Wonderlijk genoeg heeft de vloerbedekking het overleefd.
Hij was ook degene die me leerde fietsen – en later, iets te overmoedig, brommer rijden. Dat laatste liep uit op een paar glijpartijen, waarna het racemonster, gedeukt en licht beledigd, in de schuur verdween tot mijn broer oud genoeg was om hem te redden.

Mijn vader was dol op de natuur. In onze campingtijd kon hij uren met mijn moeder wandelen door de Amerongse bossen. Nadat de caravan was verkocht, verschoof de natuurbeleving naar een volkstuintje. Hele middagen zaten we naast elkaar op onze knieën bij de bloemenborders, bezig met het trekken van onkruid. Mijn vader had een toewijding waar menig kloosterbroeder een voorbeeld aan kon nemen.
Mijn moeder zorgde voor de thee of genoot van de rust met een Margriet op schoot. Tuinieren? Dat was niets voor haar. Kijken? Dat deed ze met plezier.

Toen de volkstuin achter ons lag en mijn moeder overleden, kregen mijn bezoekjes aan mijn vader een nieuwe vorm. Op vrijdag hielp ik met de was en het strijkwerk, op zondag aten we samen. Hij was intussen een verdienstelijk kok geworden: de aardappelen en groenten waren zijn domein, ik zorgde voor het suddervlees – zijn favoriet. Aan tafel bespraken we alles wat het nieuws te bieden had: politiek, het weer, het klimaat … in willekeurige volgorde van opwinding.

Tot Alzheimer zijn geheugen stukje bij beetje begon te plunderen. En toch: de vrolijke, nieuwsgierige man van vroeger blijft het sterkst hangen. Gelukkig maar.

Het is intussen zeven jaar geleden dat mijn vader zich bij mijn moeder heeft gevoegd. Althans, zo zie ik het graag in mijn fantasie: zij aan zij, ergens met uitzicht op een keurig gemaaid gazon.
Op zekerheid daarover moet ik nog even wachten.
Ondanks dat de tijd doorgaat, blijft mijn vader aanwezig in mijn gedachten – in zinnen die ik denk en in de kleine gewoontes die ik van hem heb overgenomen. Regelmatig vraag ik me af: wat zou hij hiervan gevonden hebben? En, geheel in de geest van vroeger, zijn we het roerend eens.

Vandaag is het 7 november, een dag waarop herinneringen extra tot leven komen. Als de beelden voor me verschijnen, weet ik het zeker: hij was niet alleen de leukste, maar ook de beste papa van Nederland. Al gun ik jou precies zo’n vader.

© Sophie Dijkgraaff

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.