Als klein kind bezat ik het vermogen mij totaal af te sluiten van mijn omgeving. Uren kon ik op de bank zitten, met opgetrokken knieën waar ik mijn armen omheen sloeg. Waar ik aan dacht? Geen idee. Ik ben niet zo'n soort mens die herinneringen heeft aan de eerste levensjaren. Mogelijk was dat in het luchtledige staren een manier om de gebeurtenissen van de dag te verwerken. Wat ik wel weet is dat ik mijn moeder soms gek maakte met mijn dagdromerij: 'Sophie, hoor je me niet? Sophie!'

Toen ik de poppenleeftijd had bereikt, kreeg ik mijn eerste barbies. Daarmee kwam een andere manier van dagdromen. Samen met mijn poppen kroop ik in mijn geheime grot, zonder stalagmiet of stalactiet, maar met een peertje dat bungelde aan een elektriciteitsdraad. Hele verhalen verzon ik over het leven dat ik zou krijgen, als ik later groot was. Die fantasieën zijn niet allemaal uitgekomen. Het ging zoals John Lennon ooit zo mooi verwoordde in het liedje Beautiful boy dat hij schreef voor zijn zoon Sean:“Life is what happens when you're busy making other plans.” Trouwens, nog even over die grot, die had één nadeel: de aan-en-uitknop van de verlichting bevond zich buiten de kelderkast waardoor ik regelmatig in het donker zat. Het lachen van mijn broer en zus ben ik niet vergeten.

Toch blijft het eigenaardig dat er op de vreemdste momenten gebeurtenissen van vroeger in mijn gedachten opkomen. Wellicht herken je dat. De herinneringen aan mijn kindertijd kwamen boven terwijl mijn ogen de tv-beelden van alle misère in de wereld absorbeerden. Mijn gedachten namen me mee terug naar een tijd dat ik zorgeloos door het leven ging. Ineens verlangde ik weer naar de armen van mijn liefdevolle moeder en haar troostende stem: 'Sophie, stil maar, het komt goed.' Als jong meisje geloofde ik haar, nu zou ik twijfelen.

© Sophie Dijkgraaff

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.