Buiten staan de zomerbloeiers in hun potten te rillen in de regen. De wind doet zijn best om mijn balkon alvast richting herfst te blazen. Van zomer naar winter in sneltreinvaart. 
Ik staar naar buiten wanneer Nina binnenkomt. 

“Hé Sophie, lekker geslapen?”
“Prima. Jij?”
“Nou, ik had het druk vannacht.”
Ik trek een wenkbrauw op. Dit klinkt veelbelovend.

“Nee joh,” lacht ze. “Ik bedoel mijn dromen. Eerst trouwde ik met een wildvreemde kerel. Wel een lekker ding trouwens. En net toen ik de ring om had, viel ik uit een helikopter.”
“Pardon?”
“Ja, hoe kom ik daar nou op?”

Ik probeer het voor me te zien. Nina in een trouwjurk, hoog boven de grond.    
“Had je wel een parachute?”
“Euh… nee. Volgens mij niet.”
“Dat is jammer. Dan was je huwelijk in elk geval nog ergens goed voor geweest.”
Nina schiet in de lach.

“En dat was nog niet het ergste. Vlak voordat ik wakker werd, rende ik kilometers door een donker bos. Achtervolgd door een griezel met een zeis.”
“O, die ken ik.”
“Echt?”
“Zeker. Als hij mij achtervolgt, word ik badend in het zweet wakker.”
“Precies! Alsof je hoofd ’s nachts een slechte B-film afspeelt en vergeten is op stop te drukken.”

Nina nestelt zich op haar favoriete plek op de bank.
“En jij dan? Nog spannende dromen gehad?”
“Nee,” zeg ik. “Wel een rare. Vorige week droomde ik dat ik op vakantie ging naar een tropisch eiland.”
“Leuk.”
“Ja, tot ik na uren vertraging aankwam.”
“En?”
“Een bouwplaats.”
Nina kijkt me aan.
“Een bouwplaats?”
“Overal bouwzand. Geen strand.”

“Ik heb een plan,” zegt Nina.
Dat is meestal het moment waarop ik extra alert word. 
“Binnenkort is er een spirituele beurs. Zullen we daarheen gaan? Misschien kunnen we een droomuitlegger vragen wat dit allemaal betekent.”
“Dat kan.”
Ik neem nog een slok koffie.
“Al vraag ik me af of iemand van deze dromenbrij nog iets kan maken.”
Nina lacht.
“Misschien kunnen ze vertellen of ik ooit ga trouwen zonder uit een helikopter te vallen.”

Buiten trekt de wind nog wat harder aan. De regen klettert tegen de ramen.
Nina kijkt naar buiten.
“We krijgen vast nog een mooie nazomer.”
“Dat hoop ik,” zeg ik. “Ik ben nog niet klaar voor de kerstbomen.”

© Sophie Dijkgraaff

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.