Plotseling knapt de ballon. Een roze vliesje kleeft aan de wangen en neus van het kind dat naast me op het schoolplein staat. Ze wacht geduldig op haar moeder. Haar hand schiet omhoog, veegt te hard en maakt het erger. De kauwgom rekt, veert terug en blijft hangen. Het beeld ontlokt me een glimlach. Even lijkt het alsof tijdreizen bestaat. In een mum van tijd sta ik weer op het plein voor mijn basisschool.
Op mijn basisschool klonk datzelfde geluid elke pauze, meestal in een hoek van het plein waar de juf nooit keek. Kauwgom hoorde niet; precies daarom kauwde iedereen stiekem, met kaken die half werkten. Bellen blazen was helemáál verboden. Toch deden we het — juist omdat het verboden was, dát maakte het spannend.
Het favoriete merk heette Bazooka, gekocht bij de snoepwinkel op de hoek van de straat. De wikkel kraakte zodra je hem openvouwde, en binnenin zat een papiertje met een flauwe grap die niemand las. Bij ons draaide het om de roze inhoud, met een kunstmatige smaak van aardbei en kers.
Ik proef de kauwgom weer. Dat eerste moment, net uit het papiertje: het poederige laagje smolt meteen. De smaak hield het twee keer kauwen vol. Daarna bleef een rubberen klomp over die je voortdurend moest kneden: kaken op en neer, links, rechts. Je moest volhouden; eerst kneden, dan blazen.
“Niet te snel, dan scheurt hij.”
Die waarschuwing klonk vaak. Niemand wist wie hem ooit had bedacht, maar iedereen luisterde.
Ik kauwde fanatiek mee, tot mijn kaken na een paar minuten kramp kregen. Die spanning voel ik nu nog weleens, telkens als ik iemand zie kauwen. Vooral open mond kauwers — hun malen goed hoorbaar — laten mijn kaken spontaan verkrampen.
Zo gebeurde het laatst aan de telefoon. Waarover we praatten, ben ik vergeten. Mijn aandacht werd volledig getrokken door de smakken die tussen haar woorden door klonken. Ik zei er niets van — dat doe je niet — en rondde het gesprek netjes af, vriendelijk zoals het hoort. Mijn kaken stonden strak.
“Niet in je haar!” roept de moeder als ze het schoolplein op komt hollen. Ik schrik op en kijk naar het meisje naast me, dat een gezicht trekt en verder friemelt. De kauwgom geeft geen krimp — een Barbapapa in de dop.
© Sophie Dijkgraaff

