Ik zit niet op mijn centen, maar ben wel zuinig. Daarom volg ik altijd het advies: kijk in de supermarkt ook naar de producten in de onderste schappen. Net zo goed als A-merken, maar stukken goedkoper.
Prima advies met één nadeel: mijn knieën werken niet mee.
Zit ik gehurkt voor zo’n laag schap, kom ik zelden elegant omhoog. Laatst zag een opa me worstelen met een pak yoghurt. Hij zette zijn voeten wijd, gromde bemoedigende woorden en trok me glimlachend overeind.
"Dank u," zei ik, terwijl mijn knieën kraakten als oud parket.
"Geen punt," zei hij, en liep lachend verder.
Nu denk je misschien: tja, ouderdom komt met gebreken. Dat is ook zo. Alleen zijn mijn knieën al jaren in staking na een indrukwekkend aantal valpartijen. Hoe vaak ik niet met mijn snufferd tegen de straat ben gegaan. Er hoeft maar een steentje verkeerd te liggen en hup: daar ga ik weer, op de knieën. Het blijft een klein wonder dat ik nooit iets heb gebroken.
Laatst nog in Münster, op de kerstmarkt. De winkelstraat daar ligt vol kinderkopjes, die in de winter veranderen in een ijsbaan met sfeerlicht. Voor ik het wist gaven mijn knieën het op en kuste ik de grond. En plein public, tussen de glühwein en de braadworsten.
Mijn vriendin Nina stond naast me. Ze keek. En kreeg de slappe lach. Steun kwam er niet, wel applaus.
Uiteindelijk trokken twee oudere mannen me omhoog. Dat was nog een klus; als je niet in de juiste houding ligt, wordt het iets tussen tillen en slepen.
Weet je wat ik zo fijn vind? Ik ben niet de enige met een stel waardeloze knieën. Gedeelde smart is halve smart, nietwaar? Vanmorgen liep ik weer in de supermarkt. Bij de pasta zat een vrouw geknield voor het schap. Ze keek me aan. Ik kende die blik: blinde paniek. Mijn vaste reactie bij lage schappen.
"Wil jij?" vroeg ze.
"Ja," zei ik.
Ik pakte het pak volkoren penne en stak haar mijn hand toe. Binnen een paar seconden stonden we recht tegenover elkaar, op gelijke hoogte.
"Dank," zei ze. "Ik doe voortaan alleen nog ooghoogte."
Dat idee neem ik me voor. Volgende keer pak ik gewoon de dure merken. Geen gestuntel.
Al weet ik zeker dat als ik weer voor zo’n schap sta ik het niet kan laten: ik zak door mijn knieën, mijn hand verdwijnt in het schap en even later lig ik op de grond.
Hopelijk staat er dan weer ergens in het gangpad een opa klaar.
Anders blijf ik liggen tot er iemand langskomt die zijn ochtendgymnastiek nog niet heeft gedaan.
© Sophie Dijkgraaff

