En ineens is het stil. Doodstil.
Onder de inktzwarte hemel glijdt een zwanenpaar voorzichtig het water in, gevolgd door eenden die aarzelend meebewegen, alsof ook zij zich afvragen of het gedonder nu over is. Het nieuwe jaar is begonnen. Mensen liggen nog te knorren. Vol frisse plannen, goede bedoelingen. Dat mag. Het jaar weet zelf nog niet wat het wil worden.

Nou, dat was me de jaarwisseling wel. Wie denkt dat iedereen netjes tot 31 december om zes uur ’s avonds wacht met vuurwerk afsteken, gelooft waarschijnlijk ook dat sokkenparen vanzelf compleet uit de wasmachine komen. Spoiler: dat gebeurt nooit. Nee hoor, de echte vuurwerkliefhebbers zijn eerder begonnen. Weken eerder. In het donker, achter schuurtjes, in steegjes. Stiekem. Zodat niemand kan zien wie er verantwoordelijk is voor die plotselinge knallen waarbij je hart in je keel schiet en de kat permanent onder de bank verdwijnt.

Mijn laatste ergernis van vorig jaar laat ik achter, tussen lege flessen en verdwaalde sterretjes. Tijd voor een frisse start. Gelukkig Nieuwjaar!

Hoe ben jij het nieuwe jaar ingestapt? Met oliebollen? Zelf gebakken? En… waren ze te eten? Zo ja, gefeliciteerd. Dan hoor je bij een select gezelschap dat óf een betrouwbaar recept bezit óf een wonderlijke gave heeft voor frituurvet. Want laten we eerlijk zijn: niets zo treurig als vol goede moed beginnen en moeten constateren dat je eigen oliebollen zich uitstekend lenen als bouwmateriaal. De mijne dus.

Daarom bak ik al jaren niets zelf. Mijn oudejaarsavond is bollen- en flappenvrij. Ik ben toch niet dol op die oer-Hollandse traktatie. Nee, ik vier oudejaarsavond liever met een uitgebreid diner, een flink stuk Schwarzwälder Kirschtorte — fout, maar troostrijk — een glas Chardonnay en liefde. Dat laatste is verrassend makkelijk te krijgen, ook zonder recept.

Bij dat stuk taart komt altijd dé nieuwjaarsvraag opborrelen: hoe houd je dit vast? Dat milde gevoel, dat idee dat iedereen in de basis best aardig is. Want zodra de kerstboom het huis uit is en de goede voornemens met de restjes in de vuilnisbak verdwijnen (die van jou niet? Knap!), glimlach ik even om de chaos van de echte wereld.

De wereld van voordringers.
Van luide meningen zonder volumeknop.
En van postbodes die mijn huis consequent aanwijzen als wijkdepot. TRRR! Deur open, praatje, deur dicht. TRRR! Nog een pakket. Het kost me tijd, maar post zonder praatje aannemen voelt ook weer zo kil. Net als een nieuw jaar beginnen zonder elkaar iets goeds toe te wensen.

Dus wat nu? Hoe blijf ik vriendelijk zonder mezelf te verliezen? Ik ben geen heilige. Gewoon een mens. Met gedachten. En woorden die af en toe sneller zijn dan mijn goede bedoelingen.

Misschien hoeft het allemaal niet beter.
Alleen wat vriendelijker.
Met wat meer geduld en iets minder gelijk.
Dat lijkt me voor een begin al heel wat.

Buiten glijden de zwanen geruisloos heen en weer. De eenden aarzelen niet meer, zwemmen een rondje, keren om en gaan kwakend verder, ze lijken te zeggen: ‘Het nieuwe jaar? Dat komt vanzelf.’ 
Zo eenvoudig kan een nieuw begin zijn.

© Sophie Dijkgraaff

 

 

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.