“Stop! Dat is voor leer.”
De schoenenverkoper grijpt me half in paniek weg bij de elektrische schoenpoetser.
Te laat. Onder de ronddraaiende borstels hangt wat ooit een suède laars was. Nu bungelt er iets dat eruitziet als een geschoren cavia. Midden op de neus gaapt een kale plek ter grootte van een euromunt.

Achter me kucht iemand betekenisvol. Zo’n kuchje dat zegt: mevrouw mag zelfstandig stemmen?

“Suède moet je nóóit poetsen.”
Zijn glimlach blijft voorbeeldig winkelvriendelijk, maar in zijn ogen flikkert kort de behoefte aan camerabeelden voor de maandelijkse teamtraining.

Als er prijzen bestonden voor blunders, zou ik in de categorie Onnodige Blunders Met Publiek zeker kans maken. Mijn leven struikelt al jaren van het ene ongemakkelijke avontuur naar het volgende.

Sleutels vergeten lukt me met indrukwekkende regelmaat. Na een dagje winkelen sta ik voor mijn eigen voordeur terwijl mijn sleutelbos ontspannen op de eettafel ligt. Naast de fruitschaal.

De buurman schiet te hulp. Met een hamer tikt hij het ruitje uit de voordeur. Het geluid jaagt onmiddellijk leven door de straat. Gordijnen schuiven open. Binnen drie minuten verzamelen de buren zich buiten alsof iemand gratis haring uitdeelt.

De buurvrouw van nummer acht verschijnt met een mok koffie.
“Geen reservesleutel?” vraagt ze.
“Jawel,” zeg ik. “Maar je moet de buurt ook een beetje bezig houden.”
Ze kijkt me even aan, neemt een slok en draait zich dan om. De deur valt net iets te hard in het slot.

Ook parkeren verandert bij mij moeiteloos in een groepsactiviteit.

Voor een totaal overbodige aankoop rijd ik een parkeergarage in. Zo’n troosteloze betonnen buik waar het ruikt naar natte jassen en uitlaatgassen. Raampje open, kaartje pakken. Tot zo ver het plan.
Alleen denkt de slagboom daar anders over.
Ik trek net op als de knikarm omlaag klapt. Dwars mijn auto in. Ineens zit ik klem tussen stoel en slagboom alsof ik onderdeel ben van een mislukte goochelact.
Achter me groeit een rij auto’s. Allemaal toeteren, helpen blijkt ingewikkelder.

Al die scènes schuiven door mijn hoofd terwijl ik een paar laarzen uit het rek vis. Zwart suède. Maat 38. Mijn naam zou erop passen.

Bij de kassa schuift de verkoper de doos voorzichtig mijn kant op.
“En niet onder de poetsmachine houden,” zegt hij.
Ik knik.
Dat weet toch iedereen.

© Sophie Dijkgraaff