Als ik een bijnaam voor mijn vader zou moeten verzinnen dan werd dat ongetwijfeld: de klokkenman. Pendules, Friese staartklokken, tafelklokken, mijn vader was er dol op. Niet om de tijd vanaf te lezen, welnee het ging om het gebimbam. In de korte tijd dat hij alleen woonde, na het overlijden van mijn moeder, verzamelde hij een assortiment dat om het kwartier de woon- en slaapkamer vulde met een luide klokkenspel-kakofonie. Het begin van het achtuurjournaal, voorheen een moment van complete stilte en oplettendheid, was niet meer te volgen. Als ik hem daarop attendeerde gingen zijn ogen glimmen en rolden altijd dezelfde woorden over zijn lippen: “Mooi hè.” 

Bij het verhuizen naar de woning van zijn nieuwe grote liefde ging er slechts één klok mee. Zeer ten spijt van mijn vader – ruimte voor meer was er niet. Toch, in de loop der jaren werden er nog twee ‘slaande’ klokken het huis ingesjouwd. Opnieuw genoot hij met volle teugen van zijn uurwerken die tegelijk de stilte doorkliefden met hun bimbam. Ze sloegen nog een paar gelukkige jaren weg. Daarna tikten de klokken wel verder maar nam mijnheer Dementie de gedachten van mijn vader op sleeptouw tot ze samen de finale vonden op een woensdag in november, vorig jaar.

Afgelopen Goede Vrijdag is in het bijzijn van naaste familie mijn vaders urn bijgezet in het graf van mijn Pake en Beppe. Het was een zonovergoten lentedag. Op het oude gedeelte van de Algemene Begraafplaats in Dokkum zongen de vogels uitbundig. Nog een geluid waar mijn vader zo van hield. Mijn angst om nooit meer zijn verhalen te horen bleek ongegrond. Mijn vader liep naast me, vertellend over het kievitsei dat hij als kleine jongen vond. Aansluitend passeerden zoals gewoonlijk de verhalen over zijn huisdieren (is een geit een huisdier?), de Tweede Wereldoorlog en de armoede waardoor hij regelmatig op sokken naar de zondagskerk moest lopen. Ook in de winter.

Kun je een dag die overschaduwd wordt door intens verdriet, mooi noemen? Ik denk het wel. De urn van mijn vader werd rond half een neergezet op ‘it bêste lân fan d'ierde’, precies volgens wens. Samen hebben we hem teruggebracht naar de stad waar hij altijd met heimwee aan terugdacht. Zijn thuis. Keek hij toe? Ik weet het niet. Echter, toen ik ’s avonds na thuiskomst de tijd wilde weten lag mijn klok in scherven op de grond. De wijzers op half een.

©Sophie Dijkgraaff