De kok op het tv-scherm gooit boter in de pan. Bijna ruik ik de uien die in de pan zachtjes fruiten. Mijn poging om vanavond iets eetbaars op mijn bord te krijgen is volledig mislukt: te harde aardappelen, te ver doorgekookte sperziebonen. Timing is alles, zeggen ze. Mijn timing? Rampzalig.
Na het verlaten van de huishoudschool merkte ik al snel dat de kooklessen volkomen nutteloos waren. Avondeten? Alleen als ik visite krijg. Bakken? Ach, de bakker om de hoek doet het altijd beter. Toch gluur ik regelmatig naar Binnenste Buiten of Heel Holland Bakt. In mijn fantasie sta ik dan weer in dat oude klaslokaal, aardappelen schillend terwijl het gegiechel van mijn klasgenootjes zacht in mijn oren nagalmt.
Het kooklokaal van onze school had hoge ramen, waardoor ik uitzicht had op de grote kastanjeboom die ik elk jaargetijde nauwkeurig bestudeerde. In het voorjaar zag ik hoe glimmende, kleverige knoppen langzaam openbarstten tot frisse, glanzende blaadjes. Kort daarna versierde de boom zichzelf met witte bloemkaarsen, alsof hij een lentefeest gaf. In de zomer werden de bloemetjes groene bolletjes: de toekomstige kastanjes. Zodra de vruchten rijp waren en de boom zich voorbereidde op zijn winterslaap, lag het plein bezaaid met stekelige, groene bolsters. Kreeg je er een tegen je hoofd gegooid, dan deed dat flink zeer. Gelukkig was ik meestal de gooier. Of de boom had zin in een grapje.
Op woensdagmiddag, knutselmiddag, renden we naar buiten om kastanjes te rapen. Van de glimmende noten maakten we slingers en poppetjes. Het klaslokaal kreeg zo een vrolijke make-over, waarbij de spruitenlucht moedig de strijd aanging met de geur van de herfst. Onze lerares ging langs onze creaties en beoordeelde ze één voor één. "Heel mooi", klonk het, maar haar blik sprak boekdelen: "Wat een rommel".
Je begrijpt nu wel dat die kastanjeboom meer aandacht kreeg dan de oer-Hollandse pot die wij moesten bereiden. Tenzij wij, huisvrouwen in spe, in een balorige bui een groentewegwerpwedstrijd organiseerden. Maar dat werkte alleen met erwten of spruiten. Kroppen andijvie? Vergeet het maar. Geloof me, ik heb het geprobeerd – een regelrecht een fiasco.
Dat er van mijn kookkunsten niets terecht is gekomen, ligt dus meer aan mij dan aan de lerares. Toch denk ik regelmatig aan haar terug, vooral als ik die tv-koks hoor zeggen: “Er kan nog wel een schepje bij.” Kilo’s suiker, flinke scheppen zout … hop, zo de pan in. Volgens mij niet helemaal volgens de Schijf van Vijf, waar onze opperkok altijd zo de nadruk op legde. Of heb ik dat hoofdstuk gemist? Kan natuurlijk ook. Die kastanjeboom was nu eenmaal interessanter dan welke pan op het vuur ook.
© Sophie Dijkgraaff

