De deur klapt dicht, stoom slaat tegen mijn wangen. Voor me schuift de rij Banja-deelnemers door. Nina en ik sluiten achteraan. Een vrouw komt naast me staan. “Op je buik graag.” De bank blijkt een pijnbank. Mijn wreven schuiven langs het hout. Mijn borsten protesteren hardnekkig. Ik draai op mijn zij. Dan op de andere. Ontspannen lukt niet.
Eerder die dag glijdt de zon over de voorruit en waait dennenlucht naar binnen. Op de passagiersstoel vouwt Nina een kortingsbon tot een minuscuul pakketje. Nog een vouw. Nog één. Ze trekt ’m weer open en vouwt opnieuw.
Bij de balie zegt de medewerker: “Er is alleen nog plek bij het Banja-ritueel.”
We boeken meteen. Met handdoeken onder onze arm gaan we richting saunacabine.
Terug naar de pijnbank. Mijn wang kleeft aan de vochtige handdoek. Iemand naast me ademt luid, stotend, alsof hij nog net de finish haalt. Even niets. Dan barst het los.
Geen zacht gefluit. Geen harp.
Een balalaika slaat aan. Kort en scherp. In mijn hoofd zwaait de deur naar mijn fantasie open. Daar staan ze. Snorren als uitgelopen inkt. Ogen die maken dat je je tas automatisch dichter naar je toe trekt. De saunamevrouw bewerkt mijn rug met berkentakken. Tik. Tik-tik. Ritmisch en beslist. De geur van nat blad en hars hangt zwaar in de cabine. Rechts bromt iemand zacht. Links naast me tikt Nina met een nagel tegen hout, strak in de maat.
De saunamedewerkster schuift door naar de volgende rug. In mijn hoofd zetten de Kozakken in.
"Kalin, kakalin, kakalin, kamaja." Of iets in die geest. Mijn Russisch is vooral op gevoel gebaseerd.
De muziek zwelt aan. Ze versnellen. Laarzen stampen, knieën schieten omhoog. De dansers knikken me toe. Ik knik terug.
Dan valt alles stil. De deur gaat piepend open. Koude lucht spoelt naar binnen.
We rollen van de banken.
Bij de uitgang krijgen we een bekertje water. Twee verweesde muntblaadjes drijven erin. Ik zie de munt wel, maar proef niets.
“En, ben je ontspannen?” vraagt Nina.
“Nee,” zeg ik.
Ik vertel haar over de dansers. Nina knikt en voegt er moeiteloos een derde aan toe.
Aan het einde van de dag lopen we naar de uitgang. Bij de balie ligt onze rekening klaar.
“Alsjeblieft, nog een kortingsbon,” zegt de medewerkster.
“Volgende maand?” Nina kijkt me niet eens vragend aan, meer vaststellend.
Ik knik. Natuurlijk.
Zonder Kozakkenmuziek graag.
©Sophie Dijkgraaff

