Als kind kreeg ik vaak de vraag: "Wat wil je later worden?" Daar hoefde ik nooit lang over na te denken. Prinses, natuurlijk! In mijn fantasie was alles al uitgedacht: een glazen koets om naar school te rijden en lang, weelderig haar, zoals Raponsje, zodat mijn prins erlangs omhoog kon klimmen.
Vroeger denderden caravans als een tsunami door de straten, een onmiskenbaar teken dat de vakantie was begonnen. Tegenwoordig zijn het campers die voorbijrazen. De rondreizende medemens wil wel eens wat anders, zo blijkt. Al deze gein is aan mij niet besteed. Jaren geleden wilde ik nog wel een tent opzetten, nu heeft een hotel mijn voorkeur. Liefst een klein onderkomen in een landelijke setting waar je vanaf het terras zo je bed kunt induiken. Trouwens, dat doet me ergens aan herinneren.

