Taal is zeg maar echt mijn ding. Dat is de titel van het eerste boek dat Paulien Cornelisse publiceerde. Altijd als ik die zin lees plakken mijn gedachten het woord NIET tussen ‘echt’ en ‘mijn’. Best gek eigenlijk want tijdens het uitpluizen van mijn stamboom, trof ik veel voorouders die boeken hebben geschreven. Je zou dan denken, spellen zit je in het bloed. Nou, laat ik u uit de droom helpen. Foutloos Nederlands, ’t blijft lastig.

Als gevolg van de coronacrisis gooien bedrijven mijn inbox vol met berichten die mij loven omdat ik al dagen, maanden, jaren trouwe klant ben. Waarna gewéldige kortingen worden beloofd op mijn volgende aankoop. Zo ontving ik een aanbieding van een juwelier waar ik eerder echt geen karrenvrachten euro’s had ingeleverd. De enige klus die zij pasgeleden hebben geklaard was het simpelweg vervangen van het batterijtje van mijn horloge. À raison van tien euro. Tip: laat je datzelfde werkje uitvoeren tijdens je vakantie in Turkije sta je na betaling van hooguit drie euro weer buiten met een prima tikkend uurwerk. Maar ja, ook dat land is momenteel onbereikbaar en ik moest wat. Zonder blauwkleurig uurwerk is het leven niet te doen.

Soms voel ik me weer dat vragende kind hangend aan de hand van mijn moeder. Favoriet was het op zoek gaan naar het: ‘Waarom?’ Horendol werd mijn moeder er van. Mijn hersens niet. Tot op de dag van vandaag herhalen ze regelmatig die vraag woord. Zoals nadat ik het nieuwste, en naar mijn mening spuuglelijke, woord hoorde dat aan onze vocabulaire is toegevoegd: Woningsdag.

Voor me staat een godenmaal – spaghetti carbonara met héél veel spekjes. Zo fout als je zoals ik onvrijwillig een koolhydraatarm dieet volgt. Het enige excuus dat ik kan aanvoeren is dat ik samen met mijn Nina ‘op restaurant ben’, zoals de Belgen dat zeggen. Je begrijpt, dit was voor de lockdown.

Na de chaos rondom de wc-rollen is er een nieuw probleem opgedoken: half Nederland wordt grijs. Qua haarkleur. Gelukkig ben ik gezegend met blonde haren en als ik de genen van mijn vader geërfd heb, blijft dat zo tot Magere Hein op mijn deur klopt. Ja sorry, wat kan ik daaraan doen? Of ik gedropt wilde worden op deze aardbol en hoe, is mij nooit gevraagd. Dan had ik wel een krullenbos besteld en niet dat steile haar dat nu uit mijn bol groeit.

En van je hela hola houd er de moed maar in… Ik dacht, laat ik deze column beginnen met een oorwurm uit een héél oude doos. Speciaal om ons wat op te vrolijken. Volgens mij hebben we dat na twee weken binnenblijven wel nodig. Was het eerst nog gieren om de wc-rollenrage, naarmate de quarantaine maatregelen voortduren merk ik toch op dat de stemming bedrukter wordt. Ondanks onze bezorgdheid raken we het zat.

Ik heb mooie herinneringen aan de Maastunnel. Ja echt, ook aan een dood ordinaire tunnel kun je met liefde terugdenken. Dat komt omdat ik in mijn jonge jaren regelmatig door de buizen heen zoefde naar en van de Dr. Daniel den Hoedkliniek. Op de achterbank met mijn moeder. Heen gespannen afwachtend op wat de dokter ging vertellen, terug in feestelijke stemming want ik was nog steeds ‘schoon’.

Afgelopen week lag ik een beetje zielig te wezen op de bank. Het zijn van die momenten dat ik mijn grote liefde erg mis. Al was het maar omdat ik enorme behoefte had aan extra vitamine en de sinaasappels op de fruitschaal het vertikte uit zichzelf in de pers te springen om te worden vermorzeld. Zouden ze deze actie wel hebben ondernomen had ik alsnog op moeten staan. Een wandelend limonadeglas heb ik ook nog nooit gezien. ’t Zou fijn zijn als de producenten die zich nu druk maken over het ontwikkelen van zelfsluitende gordijnen of apparaten die naar je luisteren, zich op deze kwesties storten.

Kent u dat ook, dat fijne gevoel dat opkomt nadat de boel is opgeruimd? Heerlijk vind ik het. De afgelopen week beleefde ik dan ook hoogtepunt na hoogtepunt tijdens het vullen van vuilniszakken. Bruikbare spullen verdwenen in dozen die ik daarna direct naar de kringloop bracht. Voor de zekerheid. Want mijn brein werkt zo onlogisch dat ik ondanks mijn opruimdrift ineens overvallen kan worden door het legenestsyndroom. Komen er allerlei melancholische gevoelens bovendrijven waarna ik besluit alles weer uit te pakken. Dat schiet natuurlijk voor geen meter op.

Wachtende op mijn vriendin waren er veel manieren om de tijd te doden. Ik kon mensen bekijken, nutteloos de menukaart van voren naar achteren doornemen – we gingen alleen koffiedrinken – of de motiverende plaatjes op de muur lezen. Teksten als wijze raad voor blindemans ogen. In de praktijk gebruik je al die kennis nooit, toch? Nee, ze zijn leuk om door te nemen maar verder alleen voor de stickerdrukker van waarde. Dus doodde ik de tijd met het staren naar led theelichtjes die nu eens niet leken op zenuwachtig flikkerende straatverlichting.

Hebt u ze ook? Guilty pleasures? Zo’n plaat die je nóóit opzet als er vrienden zijn. Vast wel. In mijn omgeving is André Rieu zéér ongepast maar ó wat word ik er vrolijk van! Boeken kunnen ook iets beschamends hebben. Zeker sinds de boekenkaftsticker ‘literair’ is uitgevonden. ’t Schijnt zelfs dat zonder zo’n, voor de verkoop bedachte aanbeveling, boeken niet verkocht worden. Nou, Paulien Cornelisse heeft geen sticker maar goed dat ze is!

Nou dat was me het nieuwjaarsnachtje wel! Code rood! Nog een mazzel dat de tijd de weg kon vinden door de mist en we met z’n allen – HOPPA! – in 2020 zijn verzeild. Gelukkig Nieuwjaar! Ik ben zo benieuwd naar hoe uw feestdagen zijn geweest. Was alles naar wens? Eten niet aangebrand? Ik kan u vertellen, mijn kerstdagen waren voorzien van alle juiste ingrediënten: foute truien, gourmet, Chardonnay en liefde. Zo fijn! Ik verlang nu al naar de volgende Kerst!

Het terugkijken op de afgelopen periode is begonnen. Dat gaat bij mij vanzelf. Zodra de voorbereidingen voor de eindejaarsfeesten starten – valt voor mij reuze mee, ik ben alle dagen buitenshuis – produceert mijn brein terugblikfilmpjes. Zo van, hé weet je dit nog? Wonderlijk! Waar bevindt deze filmapparatuur zich onder mijn hersenpan? Ook opzienbarend, het ding hapert nooit. In een flits spring ik van 2019 naar 2007, 1999 en zo verder terug tot ik – ZOEF! – weer in het hier en nu ben.

De mens van tegenwoordig is leukdruk, gestrest of hangt op de bank met een burn-out. Sla de tijdschriften en kranten er maar op na. De één na de ander vertelt daarin over hoe hij-zij het allemaal anders gaat aanpakken, op zoek naar rust. Weg uit een wereld die altijd wel wat van je verwacht. On- en offline.

De hond staat stil, spreidt trappelend zijn achterpoten om vervolgens zijn poepgat richting aarde te brengen. Zijn staart doet me denken aan die van een varken. Ik volg de hondenblik over het kinderspeelveld. Zoekt hij privacy? Dat kan hij wel vergeten. Het beest bevindt zich op een terrein waar fietsers en auto’s langsrazen, het winkelend publiek voorbij wandelt en spelende kinderen in het klimrek hangen als bavianen. Is de hond beschaamd? Snapt de viervoeter, in tegenstelling tot zijn baas, het gebodsbord boven zijn kop wel? Nog voor ik de juiste antwoorden bij elkaar gepuzzeld heb, ontlast het beest zich. Zichtbaar blij rolt hij zijn staart uit en kwispelt vrolijk. Na een korte aanmaning: “Allez Duco”, wordt de hondenriem aangehaald, de gang naar ergens anders ingezet. Op de kinderweide blijft een verse hoop achter als voer voor een vliegenzwerm of kinderschoen.
’t Zal de toerist worst wezen.

Was u ook zo vertederd door het gebaar van Nederland richting Rudi Lubbers? Voor de lezers die nu denken: ‘Eh, wie was dat ook alweer?’ Rudi Lubbers is een voormalig bokser die tweemaal deelnam aan de Olympische Spelen. Zijn bokswedstrijd tegen Muhammed Ali (1973) leverde hem eeuwige roem op. Deze vergeten boksheld werd door de journalisten van Andere Tijden Sport opgespoord in Bulgarije waar hij met zijn partner en twintig honden een zwervend bestaan leidt.

Oké, ik ben het zat. Tot op heden kon ik alle begrip opbrengen voor vrouwen die hun flamoes, mossel, muts, pantoffel of hoe u doorgaans uw vulva ook noemt, opsieren met bling bling (weet je nog, de Vajazzle), voorzien van een trendy piercing, kaalscheren of juist het down under gebied een sixties revival laten ondergaan. Prima. Het is uw lichaam, leef u uit! Maar wat ik nu weer las…

Onderweg naar de groenteman loop ik door een park wat door de gemeente waarin ik woon, wordt betiteld als bos. Ik ga er vanuit dat de ambtenaar die dit ooit verzonnen heeft een stedeling was die nog nooit één voet over de gemeentegrens heeft gezet; van een bos is hier écht geen sprake.

Zoals dat gaat met mensen, raad ze iets aan en ze doen precies het tegenovergestelde. Zo las ik daarnet een column van Diederik van Vleuten omdat er met vette letters boven de eigenlijke tekst stond afgedrukt: ‘Als u gesteld bent op uw vrije tijd, stopt u met lezen’. Nu ben ik zeker gesteld op mijn vrije tijd, maar zo’n tekst daagt mij juist uit, waardoor ik nu al net zo verslingerd ben aan de website van Delpher.nl, als de columnist zelf.

Potverdikkie, wat word ik moe van al dat 50+ gedoe in de media! En dan de beelden die al deze berichten bij mij oproepen. Zo zag ik mezelf gisteren in gedachten rond hobbelen met een luier in mijn skinny jeans en zojuist nam ik een hap uit een boterham en ja hoor, zie ik mezelf met een slab om… een oranje! Alsof het ding vooral uit moet stralen dat ik vandaag zó vrolijk dement ben…

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.